Lieve kleine Els wandelde door de tuin. Ze zag een klein huisje. "Wat is dat?" vroeg Els. Ze ging dichterbij. Het was een cabane!
"Hoi, cabane," zei Els. "Ik wil spelen." De cabane fluisterde zachtjes: "Kom binnen, Els."
Binnen was het gezellig. Er lagen kussens en dekens. En in de hoek stond een grote, oude kist. "Wat is dat?" vroeg Els. Ze opende de kist. Binnenin glinsterden er schatten: glimmende steentjes en kleurrijke knikkers.
Plots zag Els een kleine muis. "Hoi, muis," zei Els. "Wat doe jij hier?"
"Ik zoek mijn verloren knikker," piepte de muis. "Kun jij helpen, Els?"
Els knikte. "Ja, ik help," zei ze. Els en de muis zochten samen. Ze keken onder de kussens, achter de dekens, en zelfs in de hoek.
"Hier is-ie!" riep Els blij. Ze hield een mooie, blauwe knikker omhoog. De muis was heel blij. "Dank je, Els," piepte de muis. "Je bent een goede vriend."
Els glimlachte. "Graag gedaan, muis. Vrienden helpen elkaar."
Els en de muis speelden nog even samen met de knikkers. Toen werd het tijd om naar huis te gaan. "Dag, cabane," zei Els. "Dag, muis."
Els liep tevreden terug. Ze had een avontuur beleefd en een vriend geholpen. Wat een leuke dag!