"Waar zijn de paaseitjes?" vraagt Emma. Emma is vier jaar oud en heel blij. Het is Pasen! Ze wil eieren zoeken. Maar, oh nee! De eieren zijn weg. "Waar zijn ze?" vraagt Emma.
Mama zegt: "Misschien in de tuin?" Emma loopt snel naar de tuin. Ze kijkt hier, ze kijkt daar. Geen eieren. "Hmm," zegt Emma.
Papa komt erbij. "Misschien op het plein?" zegt papa. Emma rent naar het plein. Ze ziet veel mensen. Ze ziet ballonnen. Maar geen eieren. "Hmm," zegt Emma.
Opa komt eraan. "Kijk, Emma," zegt opa. Hij wijst naar een klein briefje. Emma leest: "Zoek bij de fontein."
Emma rent naar de fontein. Ze ziet de fontein spetteren. Ze kijkt rond. En daar! Ze ziet iets kleins en kleurrijks. "Eieren!" roept Emma blij.
Een vriendelijke eend zwemt naar Emma toe. "Dank je, eend," lacht Emma.
Emma brengt de eieren naar mama en papa. "Ik heb de eieren gevonden!" roept ze blij.
Mama knuffelt Emma. "Wat goed van je!"
Papa lacht. "Emma, jij bent een echte speurneus."
Emma kijkt naar de lucht. De zon schijnt, de lucht is blauw. Het is een mooie paasdag. Emma voelt zich blij. De paaseieren zijn gevonden. Iedereen lacht en viert feest. Emma danst en zingt. "Pasen is leuk!" roept ze.
En zo was het een vrolijke, kleurrijke Pasen voor Emma en haar familie.