"Waar zijn de eieren?" vraagt Lola. Ze staat buiten met haar vriendinnen, Emma en Noor. Het is Pasen en de zon schijnt.
"Zullen we eieren zoeken?" stelt Emma voor. "Ja, ja!" roept Noor blij.
Ze lopen naar het park. "Kijk, daar!" roept Lola. Ze wijst naar een groot ei. "Oh, nee," zegt Emma, "het is een steen!"
Lola lacht. "Dat is een goede grap!" Noor kijkt rond en ziet iets glinsteren. "Wat is dat?" vraagt ze.
Ze rennen naar de struik. "Een gouden ei!" roept Noor. "Nee, het is een gouden bal," zegt Emma.
De meisjes lachen en lachen. "Nog een grap!" zegt Lola. Ze zoeken verder. Overal zijn mensen. Er is een parade. En een markt vol lekkers.
"Zullen we kijken?" vraagt Noor. "Ja, even pauze," zegt Emma. Ze eten een chocoladekip. "Lekker!" roept Lola.
Dan wijst Noor naar een bord. "Volg de pijl," leest ze langzaam. "Spannend!" zegt Emma. Ze volgen de pijl.
Ze komen bij een groot konijn. "Hallo," zegt het konijn. "Zoeken jullie eieren?"
"Ja!" roepen de meisjes samen. "Volg mij," zegt het konijn. Ze lopen achter het konijn aan.
Daar, onder een boom, liggen veel eieren. "We hebben ze gevonden!" roept Noor.
"Vrolijk Pasen!" zegt het konijn. "Vrolijk Pasen!" roepen de meisjes. Ze dansen van blijdschap.
En zo vieren Lola, Emma en Noor een vrolijk en grappig Pasen.