In een klein, sneeuwbedekt dorpje, woonden twee vriendinnen, Lila en Noor. Lila had een speciale stoel, zodat ze goed bij alles kon komen. Ze waren beiden heel enthousiast, want kerst kwam eraan!
“Lila, kijk naar de sneeuw!” riep Noor. “Zo wit en mooi!”
“Ja, Noor! En de kerstversieringen hangen overal!” zei Lila. Ze sprongen vrolijk in de sneeuw en maakten sneeuwballen. “Kerst is zo leuk!”
Maar opeens werd het stil. De lucht was donker en de sterren waren niet te zien. “Oh nee!” zei Noor. “Wat is er aan de hand?”
“De kerstster! Hij is weg!” zei Lila. “Zonder de kerstster, geen kerst!”
“Wat moeten we doen?” vroeg Noor. “We moeten de kerstster vinden!”
Dus gingen Lila en Noor op zoek. Ze liepen door het dorp. “Waar is de kerstster?” vroeg Lila. “Ze moet terugkomen!”
Ze vroegen de vriendelijke sneeuwpop, “Sneeuwpop, weet jij waar de kerstster is?”
“Ja!” zei de sneeuwpop. “Zoek bij de grote boom!”
“Dank je wel!” riep Noor. Ze renden naar de grote boom. De takken waren vol met sneeuw.
“Waar is de kerstster?” vroeg Lila, terwijl ze naar boven keek. “Kijk, daar!” zei Noor en wees naar een glinsterend licht tussen de takken.
“Dat is de kerstster!” juichte Lila. “Laten we hem ophalen!”
Lila klom voorzichtig in haar speciale stoel. “Ik kan het!” zei ze. Noor hielp haar. Samen pakten ze de kerstster en zetten hem weer op de top van de boom.
“Hoera!” riep Noor. “De kerst is gered!”
“Ja!” zei Lila. “Kerst kan beginnen!”
De sterren twinkelden weer, en het hele dorp was blij. Lila en Noor keken naar de prachtige kerstboom, vol lichtjes en versieringen. “Kerst is geweldig!” zei Lila.
“Ja!” zei Noor met een grote glimlach. “Kerst is samen, met vrienden!”
En zo vierden Lila en Noor de mooiste kerst ooit, vol liefde, lachen en glinsterende sterren.