Er was eens een rustige buurt met een groot plein. Op het plein speelden twee kleine vrienden, Tim en Tom. Tim was heel nieuwsgierig en Tom was heel slim. Op een dag zagen ze iets vreemds. Een grote rode bal lag midden op het plein. Maar niemand wist van wie de bal was.
Tim keek naar Tom. "Waar komt die bal vandaan?" vroeg hij.
"Ik weet het niet," zei Tom. "Laten we het uitzoeken!"
De twee vrienden begonnen rond te kijken. Ze zagen de bal rollen, heel langzaam. Tim en Tom volgden de bal. "Kijk, hij rolt naar het park!" riep Tim.
In het park zagen ze een lieve hond. De hond keek naar de bal en kwispelde blij met zijn staart. "Misschien is de bal van de hond," zei Tim.
Tom knikte. "Laten we het vragen!"
Ze liepen naar de hond. "Is deze bal van jou?" vroeg Tom.
De hond blafte vrolijk en duwde de bal met zijn neus.
"Ja, de bal is van de hond!" riep Tim blij.
De vrienden lachten. Ze hadden het mysterie opgelost. Tim en Tom speelden samen met de hond en de grote rode bal. Het was een fijne dag.
En zo waren Tim en Tom weer de kleine detectives van het plein. Iedereen was blij en ze speelden nog lang en gelukkig. Einde.