Het was een zonnige dag in de stad. Een vrolijke eiermand was heel opgewonden. “Vandaag is het Pasen!” riep de eiermand. “Ik ga eieren verstoppen!”
De eiermand sprong op en neer. “Ik heb veel mooie eieren!” zei hij. “Rode, gele en groene eieren! Ze zijn allemaal zo mooi!”
De eiermand liep naar het park. “Hier is het perfect!” zei hij. “Mijn vrienden zullen het leuk vinden!” Hij begon de eieren te verstoppen. “Een rood ei hier, een geel ei daar, en een groen ei achter de boom!”
Opeens kwam er een konijn aan. “Hallo, eiermand!” zei het konijn. “Wat doe je?”
“Ik verstop eieren voor Pasen!” zei de eiermand blij.
“Mag ik helpen?” vroeg het konijn.
“Natuurlijk!” zei de eiermand. “Hier, verstop dit gele ei!”
Samen verstopten ze meer eieren. “Dit is zo leuk!” zei het konijn. “Kijk, daar komt de familie!”
De familie kwam aan met grote glimlachen. “Wat een mooie dag!” zei de mama. “Wat een leuke eieren!”
“Zoek de eieren!” riep de eiermand. De kinderen renden en zochten. “Ik heb een rood ei!” schreeuwde een jongen. “En ik heb een groen ei!” lachte een meisje.
De eiermand was zo blij. “Dit is een geweldige Pasen!” zei hij. De lucht was blauw, de bloemen bloeiden en iedereen lachte.
“Dank je, eiermand!” zeiden de kinderen. “Dit was het leukste Pasen ooit!”
De eiermand glimlachte. “Laten we volgend jaar weer eieren verstoppen!”