In de herfst is het tijd om naar buiten te gaan. Drie kleine jongens, Tim, Sam en Max, spelen in het park. De bladeren zijn geel, oranje en bruin. Ze vallen van de bomen. "Kijk, een blad!" roept Tim. Sam pakt het blad. "Mooi!" zegt hij. Max lacht. "Meer bladeren!"
De jongens rennen rond. Ze verzamelen bladeren. "Wat doen we met de bladeren?" vraagt Max. "We maken een stapel!" zegt Tim. Ze maken een grote hoop bladeren. Ze springen erin. "Woehoe!" roepen ze. De bladeren vliegen in de lucht.
Na het spelen gaan ze naar huis. "We moeten de tuin klaar maken voor de winter," zegt Sam. "Ja!" zeggen de anderen. Ze helpen hun ouders. Ze vegen de bladeren weg en planten bloemen. "De bloemen komen terug in de lente," zegt Tim.
De jongens zijn blij. "Herfst is leuk!" zegt Max. "Ja, met bladeren en bloemen!" zeggen Sam en Tim. De zon schijnt en de lucht is fris. Het is een mooie dag in de herfst.