In een vrolijk, kleurrijk tuin, woonde een klein, schattig konijntje genaamd Benny. Benny had zachte, witte vacht en grote, nieuwsgierige ogen. Het was bijna Pasen en Benny was zo blij! Hij had gehoord dat er veel mooie eieren verstopt waren in de tuin.
“Waar zijn de eieren?” vroeg Benny enthousiast. “Ik moet ze vinden!”
Benny sprong rond in de tuin. Hij keek onder de bloeiende bloemen. “Eén, twee, drie, vier… waar zijn de eieren?” riep hij.
Plotseling hoorde hij een zacht, geheimzinnig geluid. “Piep, piep!” Het kwam van achter een grote struik. Benny ging voorzichtig kijken. Wat zou het zijn?
Achter de struik zat een kleine, vriendelijke vogel. “Hallo, Benny!” fladderde de vogel. “Ik ben Lila. Ik help je de eieren te vinden!”
“Dank je, Lila!” zei Benny blij. “Laten we samen zoeken!”
Ze renden naar de grote boom. “Kijk!” zei Lila. “Daarboven hangt een ei!” Het ei was glanzend en geel. “Ik zie het!” zei Benny. “Dat is mooi!”
Ze sprongen en sprongen, en Benny pakte het ei. “Eén ei!” riep hij. “Wat leuk!”
Ze gingen verder naar het gras. “Wat is dat daar?” vroeg Lila. Benny keek goed. “Een blauw ei!” riep hij. “Ik heb het gevonden!”
“Ja! Twee eieren!” zei Lila. “Dit is zo leuk!”
Benny en Lila vonden meer eieren. Rood, groen, paars. “Kijk, zoveel kleuren!” zei Benny. “Dit is een magische Pasen!”
Toen de zon onderging, zaten Benny en Lila samen. “Dit was een geweldige dag,” zei Benny. “Dank je, Lila!”
“Graag gedaan, Benny!” zei Lila met een glimlach. “Laten we volgend jaar weer zoeken!”
Benny knikte. “Ja, volgend jaar!” En zo eindigde een magische Pasen vol vreugde en kleur.