Er was eens een grote, vriendelijke beer genaamd Benny. Benny woonde in een knusse boom met zijn familie. Het was herfst en de bladeren werden mooi geel, rood en bruin.
“ Kijk, kijk!” zei Benny blij. “De bladeren vallen van de bomen! Wat een mooie kleuren!” Zijn vrienden, de eekhoorn en de vogel, kwamen langs.
“ Ja, Benny! Herfst is zo leuk!” zei de eekhoorn. “We kunnen kastanjes verzamelen!”
“ En we kunnen samen pompoenen plukken!” zei de vogel vrolijk.
Benny, de eekhoorn en de vogel gingen naar het bos. Ze zagen veel mooie dingen. De lucht was fris en de zon scheen. “ Snuff, snuff!” deed Benny. “Ik ruik de geur van de bladeren!”
“ En ik ruik de kastanjes!” zei de eekhoorn. “Laten we ze verzamelen!”
Ze verzamelden kastanjes, rode bladeren en kleine pompoenen. “ Wat een fijne dag!” zei Benny. “Laten we terug naar huis gaan!”
Thuis was de familie van Benny al druk bezig. Ze maakten warme chocolademelk en bakten koekjes. “ Hoi, Benny! Heb je plezier gehad?” vroeg zijn mama.
“ Ja, mama! We hebben veel verzameld!” zei Benny. “Kijk naar onze schatten!”
Benny en zijn vrienden lieten de kastanjes en pompoenen zien. Iedereen lachte en genoot.
“ Herfst is een bijzondere tijd,” zei Benny. “We zijn samen, we hebben plezier, en we delen!”
“ Ja!” zeiden zijn vrienden. “Dat maakt de herfst zo speciaal!”
En zo vierde Benny de herfst. Samen met zijn familie en vrienden. Met lekkere koekjes, warme chocolademelk en veel liefde.