Kleine Emma en haar vriendje Sam zaten in hun vrolijke klas. Het was bijna Pasen en de juf had een verrassing. "We gaan paaseieren versieren!" riep ze blij.
Emma sprong op en neer. "Ik wil een rood ei maken!" zei ze met een grote glimlach. Sam, die in zijn rolstoel zat, knikte enthousiast. "En ik wil een blauw ei maken!"
De juf gaf elk kind een ei. "Versier maar," zei ze. Emma pakte haar penseel en begon. Ze schilderde strepen en stippen. "Kijk, Sam! Mijn ei is rood met gele sterren!"
Sam lachte. "Mooi, Emma! Mijn ei wordt blauw met groene strepen." Hij schilderde voorzichtig en Emma keek toe. "Wauw, Sam! Het is prachtig."
Plotseling rolden er snoepjes uit Sam's ei. "Oh!" riep hij. "Kijk, Emma, er zitten verrassingen in!" Emma keek met grote ogen. "Ik wil ook snoepjes!"
De juf kwam lachend naar hen toe. "Soms zitten er snoepjes in de eieren. Dat is de paasverrassing!" Emma en Sam keken naar hun eieren. Ze waren blij en verrast.
Ze deelden de snoepjes met de andere kinderen. "Vrolijk Pasen!" riepen ze samen. Iedereen lachte en smulde van de snoepjes.
Emma keek naar Sam. "Volgend jaar doen we het weer, Sam!" Sam knikte. "Ja, Emma. Met nog meer verrassingen!"
En zo eindigde een vrolijke, kleurrijke dag vol paasplezier en vriendschap. Emma en Sam waren blij met hun versierde eieren en de onverwachte verrassingen die Pasen zo speciaal maakten.