Luca, Mia, Sam en Ella zijn beste vrienden. Ze spelen elke dag samen. Vandaag willen ze een spelletje doen. "Wat gaan we spelen?" vraagt Luca. "Laten we verstoppertje spelen!" roept Mia. "Ja, dat is leuk!" zegt Sam. Ella giechelt, "Ik ben de zoektocht!"
Ella telt tot tien. "Eén, twee, drie..." De anderen rennen snel weg. Luca duikt achter een boom. Mia verstopt zich onder een grote schaduw. Sam kruipt in een doos. Ella opent haar ogen. "Waar zijn jullie?"
Ze kijkt rond. "Mia, kom tevoorschijn!" Mia schudt met haar hoofd, "Ik ben niet hier!" Ella lacht. "Jij bent te klein!" Dan kijkt ze naar de doos. "Sam? Ben je daar?" Sam zegt, "Ja, ik ben een superheld in mijn doos!" De vrienden lachen hard.
Ella zoekt verder. Ze vindt Luca. "Ha! Vangst!" zegt ze. Luca is verrast. "Nee! Ik ben geen vangst!" Ze rennen samen terug naar de doos. "Sam, kom eruit!" roept Ella. Sam opent de doos en springt eruit. "Ik ben vrij!" zegt hij met een grote glimlach.
Nu willen ze iets anders doen. "Laten we een toren bouwen!" zegt Mia. "Ja!" zegt Luca. Ze nemen kussens en kussens. "Zo hoog mogelijk!" roept Sam. Ze stapelen en stapelen. De toren is heel hoog!
Maar oh nee! De toren valt! "BAM!" zegt de toren. Ze kijken naar de stapel kussens. Dan beginnen ze te lachen. "Laten we het opnieuw proberen!" zegt Ella. Ze bouwen weer een toren, nog hoger deze keer.
"Dit wordt geweldig!" zegt Mia. Ze lachen en werken samen. En ja, de toren blijft staan! "Hoera!" roepen ze. En toen, boom! De toren valt weer, en ze liggen op de grond van het lachen.
"Wat een geweldige dag!" zegt Sam. "Ja!" zeggen ze samen. "We zijn de beste vrienden!" luidt de lach van de vrienden. Samen zijn ze altijd blij.