Vandaag rent Sam, twee jaar, naar de tuin. Zijn vriendjes zijn er ook: Noor en Beer, de knuffel.
Sam vindt een rode bal. Hij houdt hem hoog. “Bal!” zegt Sam.
“Bal!” zegt Noor.
“Bal!” zegt Beer. Beer zegt dat zacht, want hij is van stof.
Sam rolt de bal. Oeps, de bal rolt in de emmer met sop. Plons! De bal is nu… heel glad.
Sam lacht. “Glibber!”
Noor lacht. “Glibber, glibber!”
Beer lacht ook. “Glibber,” zegt hij, en hij wiebelt.
Sam wil de bal pakken. Ploep! De bal springt weg. Noor pakt hem. Ploep! Weg. Beer duwt met zijn poot. Ploep! Weg!
Ze kijken elkaar aan. Dan weer: “Ploep!” En ze schateren samen.
Noor zegt: “Handen droog.” Sam knikt.
Ze halen een doek. Sam dept, Noor dept, Beer dept mee, heel braaf.
Nu is de bal niet meer zo glad. Sam rolt hem zacht. Noor rolt terug. Beer krijgt een mini-rolletje en zegt: “Hoera.”
Ze zitten dicht bij elkaar in het gras. De bal ligt stil. Hun lachen wordt klein en rustig.
Samen delen en samen helpen maakt alles leuker.