Op een vrolijke paasochtend wordt Vosje wakker. De zon schijnt door het raam. Vogeltjes fluiten zachtjes. Vosje wrijft in zijn ogen en lacht. Het ruikt lekker naar chocolade.
“Mama, mama!” roept Vosje blij. “Het is Pasen!”
Mama Vos komt binnen. Ze glimlacht lief. “Goedemorgen, Vosje. Klaar voor een paasei-avontuur?”
Vosje knikt. Zijn oren springen omhoog. Mama heeft een mandje bij zich. In het mandje ligt een stapeltje gekleurde kaarten.
“Kijk eens, Vosje,” zegt mama. “Dit zijn paaskaarten. Op elke kaart staat een plaatje. Kun jij ze in de goede volgorde leggen? Dan vinden wij samen de paasschat!”
Vosje is nieuwsgierig. Hij kijkt naar de eerste kaart. Op de kaart staan kleurige bloemen getekend. “O, bloemen!” zegt Vosje. “Die groeien in de tuin.”
Mama glimlacht. “Goed gezien. Laten we buiten gaan kijken.”
Samen lopen ze naar de tuin. De lucht is blauw en zacht. In het gras bloeien tulpen en narcissen. Vosje snuffelt aan de bloem. “Mmm, zoet!” zegt Vosje blij. Op de tweede kaart staat een konijntje met grote oren.
“Kijk, mama!” roept Vosje. “Een konijn! Waar kan het konijn zijn?”
Mama wijst naar een struik. “Luister eens goed, Vosje.”
Vosje spitst zijn oren. Hij hoort zacht gehup. Uit de struik springt een bruin konijntje. Het knabbelt aan een wortel. Vosje lacht zacht. “Hallo, konijntje!” zegt hij.
Het konijntje kijkt op en zwaait met zijn oortjes. “Vrolijk Pasen, Vosje!” piept het blij.
Vosje zwaait terug. Dan bekijkt hij de volgende kaart. Op de kaart staat een mandje vol gekleurde eieren.
“Oei, waar zijn de eieren?” vraagt Vosje.
Mama lacht. “Misschien moeten we zoeken.”
Samen lopen ze verder door de tuin. In het gras ziet Vosje een glimmend stukje papier. Hij bukt en raapt het op. Het is een paasei, verpakt in goudfolie. “Gevonden!” juicht Vosje.
Mama lacht. “Goed gedaan! Laten we kijken of er nog meer zijn.”
Vosje zoekt tussen de bloemen en achter de boom. Daar vindt hij nog een paasei, dit keer met blauwe stipjes. Het is heel mooi. “Wat een feest!” zegt Vosje tevreden.
Op de volgende kaart staan vrolijke kuikentjes. Vosje kijkt rond. “Zijn er kuikentjes in de tuin, mama?”
Mama wijst naar het hokje naast het huis. “Kijk maar eens goed.”
Vosje gluurt naar binnen. Daar zitten drie gele kuikentjes, zacht en donzig. Ze piepen zachtjes. Vosje lacht. “Dag kuikentjes!” zegt hij.
De kuikentjes piepen terug. “Piepiep!” Vosje voelt zich blij. Alles is vrolijk vandaag.
Op de laatste kaart staat een tafel vol lekkers: chocolade-eieren, broodjes en sap.
Vosje en mama gaan naar binnen. In de keuken staat papa Vos. Papa roept: “Komen jullie? Het paasontbijt is klaar!”
De tafel is vol kleur. Er staan paaseieren, chocoladekonijntjes en oranje sap. Papa schenkt sap in voor Vosje. Mama zet zijn gevonden paaseieren op een bordje.
“Goed gezocht, Vosje,” zegt mama trots.
Vosje lacht. Hij voelt zich groot en blij. Samen gaan ze aan tafel zitten. Mama, papa en Vosje eten een chocolade-ei. Ze lachen en vertellen. Zelfs het konijntje hupt naar het raam en kijkt naar binnen.
Vosje zwaait naar het konijntje. “Wil jij ook een ei?” vraagt Vosje.
Papa knikt. “Misschien wil het konijn liever een wortel.”
Mama pakt een wortel en legt die op het gras. Het konijntje knabbelt tevreden.
Dan kijkt Vosje naar zijn kaarten. Hij legt ze op tafel, in de goede volgorde: bloemen, konijn, eieren, kuikentjes, ontbijt.
“Goed gedaan,” zegt mama. “Nu heb je het paasmysterie opgelost!”
Vosje voelt zich trots. Hij heeft van alles ontdekt en nieuwe vriendjes gemaakt. Buiten schijnt de zon. De tuin is vol kleur en vrolijkheid.
Na het ontbijt haalt mama een grote knuffel tevoorschijn. Vosje kruipt op haar schoot. Papa aait Vosje over zijn oren.
“Wat was het fijn vandaag,” zegt Vosje zacht.
Mama knikt. “Ja, Pasen is vrolijk en samen.”
Vosje knipoogt naar de zon en sluit zijn ogen. Vogeltjes zingen. Alles is rustig en warm.
“Vrolijk Pasen, Vosje,” fluistert mama.
“Vrolijk Pasen,” fluistert Vosje terug, en hij voelt zich gelukkig en veilig.