Het is vroeg in de ochtend. Kleine Max wordt wakker in zijn zachte bedje. De zon schijnt door het raam en maakt gele vlekjes op de muur. Max wrijft in zijn ogen en gaapt. Dan hoort hij mama's stem: “Max, wakker worden! Het is Pasen!”
Max springt uit bed. Hij voelt zich vrolijk. Hij trekt zijn blauwe broek aan, doet zijn gele trui over zijn hoofd en stapt naar beneden. In de keuken staat mama. Ze lacht en zegt: “Vandaag gaan we paaseieren zoeken!”
Max klapt in zijn handen. Zijn konijntje Knabbel zit al op de mat te wachten. “Kom je mee, Knabbel?” vraagt Max. Knabbel wiebelt met zijn neusje. Samen lopen ze naar de tuin.
Buiten is alles fris en vrolijk. De lucht is blauw, het gras is groen en overal bloeien roze en gele bloemen. Op de tafel ligt een mandje. Mama geeft het aan Max. “Voor als je de eitjes vindt,” zegt ze.
Max kijkt om zich heen. “Waar zijn de eitjes?” vraagt hij.
Mama knipoogt. “Die zitten verstopt. Goed zoeken, Max!”
Max kijkt onder de struik. Daar, tussen de blaadjes, ligt een klein, rood paasei! Hij pakt het op en lacht. In het mandje maakt het eitje een zacht ‘tok'-geluid.
“Eén!” roept Max blij. Hij kijkt naar Knabbel. “Help je mee zoeken?”
Knabbel springt naar de grote bloempot. Max volgt hem. Achter de pot schuilt een geel eitje met blauwe stippen. “Twee!” roept Max vrolijk.
De wind wiegt zacht de takken. Max huppelt naar het tuinhuisje. Hij kijkt naar binnen. Op de drempel ligt een groen eitje met een glimlachend gezichtje. Max lacht terug. “Drie!” zegt hij.
Mama komt dichterbij. “Goed gedaan, Max! Ga vooral door.”
Max loopt langs het bloemenbed. Daar zit een klein blauw eitje, precies tussen de roze tulpen. “Vier!” zegt Max trots. Zijn mandje wordt zwaarder.
Plots hoort Max een zacht gefluister. “Psst, Max...” Max kijkt op. Het geluid komt van de hoge struik. Hij loopt dichterbij en ziet iets glimmen. Een paasei, groot en goud, ligt in het gras. Max raapt het op. “Vijf!” roept hij en kijkt verbaasd naar mama. “Dit ei praat!” fluistert hij.
Mama knielt bij Max. “Soms zijn paaseieren een beetje magisch op Pasen,” zegt ze.
Max kijkt naar het gouden ei. “Hallo, ei,” zegt hij zacht. Het ei giechelt.
Samen zoeken ze verder. Knabbel huppelt naar het konijnengat. Naast het gat ligt een paasei met regenboogstrepen. Max raapt het op. “Zes!” zegt hij blij.
Opeens waait er een zachte wind door de tuin. Overal dansen bloemblaadjes om Max heen. De zon glinstert op de eitjes in zijn mandje.
Max kijkt omhoog. In de appelboom hangt een paasei aan een lint. “Mama, kijk!” roept hij. Mama tilt Max op. Hij pakt het eitje heel voorzichtig. “Zeven!” fluistert hij.
Nu zit zijn mandje bijna vol. “Hoeveel zijn er nog?” vraagt Max.
Mama lacht. “Misschien is er nog één bijzonder ei.”
Max kijkt rond. Op het gras ziet hij een spoor van glimmende steentjes. Hij volgt het spoor, samen met Knabbel. Het pad leidt naar de grote oude boom.
Onder de boom ligt een paasei, heel groot en wit. Max raapt het op. Het ei opent een klein deurtje. In het ei zit een chocoladekonijntje. Het ruikt zoet en lekker. “Acht!” zegt Max, verrast.
Mama knuffelt Max. “Wat heb je goed gezocht, schat.”
Max voelt zich blij. Zijn mandje is vol met paaseieren. “Mag ik ze openmaken?” vraagt hij.
Mama knikt. “We doen het samen, op het picknickkleed.”
Ze gaan samen op het kleed zitten. Knabbel komt erbij. Max opent voorzichtig het eerste ei. Er zit een klein cadeautje in: een blauwe kraal. In het tweede ei zit een stukje chocolade. In het derde, piepkleine stikkertjes. In het gouden ei zit een briefje: “Vrolijk Pasen, Max! Je hebt goed gezocht.”
Max lacht en voelt zich trots. Elk ei heeft een verrassing. Max deelt zijn chocolade met mama en Knabbel. Samen lachen ze in de zon.
De tuin is vol kleur en vrolijkheid. Max telt zijn eitjes nog een keer. “Eén, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht!” zegt hij zacht.
Hij kijkt naar mama. “Pasen is leuk,” zegt Max.
Mama knikt. “Samen is alles leuker.”
De zon is warm, de lucht is zacht en Max voelt zich veilig. Hij legt zijn hoofd op mama's schoot. Knabbel kruipt erbij. Max sluit zijn ogen.
“Fijne Pasen, Max,” fluistert mama.
Max lacht in zijn droom. Alles is goed.