De kleine Tim wordt wakker. Het is zijn verjaardag! "Hoera, ik ben jarig!" roept Tim vrolijk. Hij springt uit bed. Zijn knuffelbeer Bram kijkt hem aan. "Vandaag is het een speciale dag," zegt Tim tegen Bram. "We gaan naar het park."
Mama en papa nemen Tim mee. Tim zet zijn muts op. Zijn jas is warm en zacht. Ze gaan naar een speciaal park, een heel groot park. Het is een pretpark!
"Wow!" zegt Tim. "Zoveel kleuren!" Er zijn ballonnen in de lucht. Ze zijn rood, geel en blauw. Tim en Bram vinden het prachtig.
"Eerst naar de draaimolen," zegt mama. Tim knikt blij. De draaimolen draait rond en rond. Tim zit op een paard. "Kijk, Bram, we vliegen!" roept hij.
Na de draaimolen zegt papa: "Nu naar de achtbaan!" Tim houdt papa's hand vast. Ze lopen samen naar de achtbaan. Het is hoog, maar Tim lacht. "Vroem!" zegt Tim. "Heel snel!" Bram zit veilig in Tim's armen.
Papa en mama klappen. "Goed gedaan, Tim!" zeggen ze. Tim voelt zich groot en sterk.
Dan zien ze een clown. De clown heeft een grappige neus. Hij geeft Tim een ballon. "Gelukkige verjaardag, Tim," zegt de clown. Tim lacht breed. "Dank je wel, clown!"
De zon schijnt warm. Tim eet wat ijs. Het ijs is koud en zoet. Bram zit naast hem. "Dit is de beste dag," fluistert Tim.
Aan het einde van de dag zegt papa: "Tijd om naar huis te gaan." Tim zucht. "Oké," zegt hij slaperig.
Thuis in bed fluistert Tim tegen Bram: "Vandaag was heel speciaal." Hij sluit zijn ogen. Morgen is een nieuwe dag. En wie weet, misschien vol verrassingen.