Lucas springt uit bed. Vandaag is het feest! Hij is vier jaar. “Hoera!” roept Lucas. Mama en papa lachen. “Hiep hiep!” zeggen ze. Lucas klapt in zijn handen. Klap klap!
Mama zet een gek hoedje op zijn hoofd. “Haha!” lacht Lucas. Papa maakt een ballon groot. Pffff, boem! De ballon springt weg. Lucas gilt van plezier. “Nog een keer!” roept hij.
Samen maken ze slingers. Papa knipt, mama plakt. Lucas helpt. Plak plak. De slinger is lang. Ze hangen hem op. “Wat mooi!” zegt Lucas. De kamer is vrolijk.
Dan gaat de bel. Ding dong! Opa en oma staan voor de deur. “Verrassing!” roepen ze. Opa heeft een grote doos. Lucas kijkt met grote ogen. “Wat zit erin?” vraagt hij zacht.
Opa maakt de doos open. Boem! Er springt een knuffelkonijn uit. “Knuffel!” roept Lucas. Het konijn is zacht. Plop plop, Lucas drukt op zijn buik. Het konijn zegt: “Pieeep!” Iedereen lacht.
Mama brengt taart. “Taart!” roept Lucas. Er staan vier kaarsjes op. Lucas blaast. Foeoeoe! Alle kaarsjes uit. Iedereen klapt. “Bravo!” zegt oma.
Dan zingt iedereen samen. “Lang zal Lucas leven!” Lucas zwaait met zijn armen. “Ik ben blij!” roept hij. Papa geeft hem een kus. “Wij ook,” zegt papa.
Buiten schijnt de zon. Ze gaan naar de tuin. Lucas rent. Hop hop! Iedereen rent mee. Ze spelen tikkertje. Lucas is snel. “Ik heb je!” roept hij. Iedereen lacht.
Dan pakt mama limonade. Slok slok! De glazen klinken. Tik tik! Lucas proost met opa en oma. “Proost!” roept hij. Iedereen zegt: “Proost!”
De dag is vrolijk. Lucas voelt zich fijn. Hij knuffelt zijn konijn en zegt: “Bedankt voor mijn feest.”
Samen vieren is fijn, want samen lachen maakt iedereen blij.