Lina is twee. Vandaag is haar dag. In de keuken ruikt het naar cake. Mmm!
Mama zet een kom neer. “Roer maar, Lina,” zegt mama. Lina roert. “Klop-klop,” doet de lepel. Lina lacht. Papa strooit bloem. “Pfff!” gaat het. Een wolkje op papa zijn neus. Lina wijst. “Ha!” zegt Lina. Papa grinnikt.
Op tafel liggen slingers. Lina plakt een ster. “Plak!” zegt ze. De ster zit scheef. “Oeps,” zegt papa. “Zo is hij ook blij,” zegt mama. Lina knikt. Blij-scheef!
In de kamer staat een doos. “Wat is dat?” zegt Lina. “Een zacht raadsel,” zegt mama. Lina tikt: “toc-toc.” De doos tikt terug. “Tic-tic!” Lina kijkt groot. Papa opent heel rustig. “Hop!”
Er springt geen monster uit. Er springt een knuffel uit: een klein konijn met een rode strik. “Piep!” zegt het konijn. Lina knuffelt. “Zacht,” zegt Lina. Het konijn past precies in haar armen.
Dan gaat de bel. “Ding-dong!” Oma komt met een ballon. “Boing-boing!” De ballon danst. Opa brengt een trommel. “Boem-boem,” heel zacht.
De cake komt uit de oven. “Pof!” Kaarsjes erop. Iedereen zingt. Lina blaast. “Ffff!” Lichtjes uit, lachen aan.
Ze eet een hap. “Nom-nom.” Ze deelt ook een stukje met het konijn.
\nSamen helpen en samen delen maakt een feest warm en fijn.