Vandaag is het een speciale dag. Vosje wordt wakker in zijn warme bedje. “Vandaag is mijn verjaardag!” zegt Vosje blij. “Hop, hop, uit bed!”
Vosje loopt door het bos. De zon lacht. De vogels zingen: “Tjilp tjilp!” Vosje springt over een plasje. “Plons!” maakt het water. Vosje lacht.
In het huisje is het stil. Waar zijn al zijn vriendjes? “Hallo?” roept Vosje zachtjes. Geen antwoord. Vosje kijkt een beetje rond. Maar hij is niet bang. Hij snuffelt met zijn neusje: “Snuf snuf!”
Opeens hoort Vosje: “Toc-toc!” op de deur. Vosje doet open. Daar zijn zijn vriendjes! Mol, Egel en Muis staan voor de deur. Ze dragen slingers en ballonnetjes. Muis zegt: “Verrassing, Vosje!” Vosje klapt in zijn pootjes. “Hoera!”
Samen versieren ze het huisje. Slingers gaan aan de muren. Ballonnen vliegen in de lucht. “Boeing boeing!” zegt de roze ballon. Iedereen lacht.
Muis zet een taart op tafel. De taart ruikt zoet. “Lekker!” zegt Egel. Vosje blaast zacht: “Pffff!” De kaarsjes dansen. Vosje mag een wens doen. Vosje wenst: “Ik wens dat wij altijd samen zijn.”
Nu is het tijd voor spelletjes. Ze zingen: “La la la!” Vosje springt met vriendjes in een kring. Mol maakt een grapje. Iedereen giechelt: “Hihi!” Vosje lacht het hardst.
Dan mag Vosje een cadeau openmaken. Het is een muts, rood met witte stippen. “Voor jou!” zegt Muis. “Dankjewel!” zegt Vosje blij. Vosje zet de muts op zijn kop. “Wat mooi!” zegt Egel.
De zon piept door het raam. Alles voelt warm. Vosje kijkt naar zijn vriendjes. Zijn hartje klopt rustig en blij. “Samen is het allerfijnst,” zegt Vosje zacht.
Samen ruimen ze alles op. Alles is netjes. Iedereen geeft een knuffel. “Tot morgen!” roepen de vriendjes.
Als het stil wordt, kruipt Vosje in zijn bed. Vosje glimlacht en sluit zijn oogjes. Vandaag was heel fijn.
Samen zijn en samen vieren maakt ieder hartje blij.