Er was eens een klein jongetje, Tim. Tim was drie jaar oud en hield van avontuur. Op een dag vond Tim een mooie, glinsterende bal in de tuin. "Wat een mooie bal!" zei Tim. Hij pakte de bal op en duwde erop. Plotseling begon de bal te dansen!
"Wow!" riep Tim. De bal sprong en draaide. "Wil je met me spelen?" vroeg Tim. De bal knikte vrolijk. Samen dansten ze in de tuin. Maar toen gebeurde er iets geks. De bal sprong te hoog en viel in de vijver!
"Oh nee!" zei Tim. "Wat nu?" Maar de bal kwam terug, helemaal nat en... met een kikker erop! "Kwaak, kwaak!" zei de kikker. "Ik ben de nieuwe bal!" Tim lachte. "Dat is leuk! Laten we spelen!"
De kikker sprong van de bal af en begon te dansen. Tim danste ook. Het was een vrolijk tafereel. Maar toen sprong de kikker te ver en viel in een grote bloem. "Help!" riep de kikker. "Ik zit vast!"
Tim riep: "Geen paniek! Ik kom je helpen!" Hij ging naar de bloem en trok de kikker eruit. "Dank je, Tim!" zei de kikker. "Je bent een goede vriend!"
Toen kwam de bal weer terug, deze keer met een hoed. "Ik ben een magie bal!" zei de bal. "Ik kan je overal naartoe brengen!" Tim was blij. "Laten we gaan!"
De bal en de kikker namen Tim mee op een reis door de lucht. Ze vlogen over bomen, huizen en zelfs de regenboog. "Dit is geweldig!" lachte Tim. En zo dansten ze en lachten samen, gelukkig in hun magische wereld.