Lotte is vier jaar oud. Ze woont in een magisch dorp vol met gekke dingen. Op een dag vindt ze een grappige, glinsterende steen. "Kijk, een steen!" roept Lotte blij. De steen begint te sprankelen. "Oh, wat doet hij nu?" vraagt Lotte nieuwsgierig.
De steen maakt geluid, "Boing, boing!" Lotte lacht. "Wat een gekke steen!" zegt ze. Ze stopt de steen in haar zak. "Kom mee, we gaan op avontuur!"
Lotte loopt naar de speeltuin. De glijbaan is hoog. "Ik wil glijden!" zegt Lotte. Ze klimt op de glijbaan. "Whee!" roept ze als ze naar beneden glijdt. Maar de steen springt uit haar zak en begint te dansen. "Boing, boing!" Lotte giechelt. "Wat doe je nu, steen?"
Dan komt haar vriendje Sam erbij. "Wat heb jij daar, Lotte?" vraagt Sam. "Een magische steen!" zegt Lotte trots. "Hij danst en springt!"
Sam kijkt verbaasd. "Mag hij mee spelen?" vraagt Sam. Lotte knikt. "Tuurlijk, steen houdt van spelen!" zegt ze.
Samen gooien ze de steen. Hij springt in het zand. "Boing, boing!" roept de steen. Lotte en Sam lachen heel hard. "Hij is grappig!" zegt Sam.
De zon begint onder te gaan. "Dag, magische steen," zegt Lotte. "Tot morgen!" De steen sprankelt nog een keer. "Boing, boing!" zegt hij zachtjes.
Lotte gaat naar huis. "Wat een leuke dag," fluistert ze. Ze sluit haar ogen en droomt van nieuwe avonturen met haar magische, gekke steen.