Op een ochtend sprong Lepeltje vrolijk uit de la. “Vandaag ga ik toveren!” riep Lepeltje. Zijn beste vriendje, Bordje, lachte. “Wat ga jij doen, Lepeltje?” vroeg Bordje met een grote glimlach.
Lepeltje draaide vrolijk rond. “Ik ga melk laten vliegen!” zei hij. Hij tikte zachtjes tegen het bekertje. Plop, de melk sprong een beetje omhoog. Een klein wit wolkje zweefde boven het bekertje. Bordje lachte zo hard dat hij bijna van tafel rolde. “Doe nog eens!” riep hij.
Lepeltje zwaaide met zijn handvat. “Melk, hup!” De melk wiebelde en spatte een beetje op de tafel. “Oeps!” Lepeltje giechelde. Bordje vond het grappig. “Nu zit ik onder de melk!” riep hij. Samen lachten ze.
Mamma kwam kijken. “Wat doen jullie?” vroeg ze zacht. “Wij maken magie!” zei Lepeltje trots. Mamma pakte een doekje en veegde de melk op. “Magie is leuk, maar samen lachen is het allerleukst,” zei ze.
Bordje knikte. “Nog een beetje magie, Lepeltje?” vroeg hij. “Alleen als jij er bent!” zei Lepeltje.
Samen lachten ze verder, want samen spelen is altijd fijn.
Als je samen lol maakt, is iedere dag een beetje magisch.