Luna is een klein meisje van vier. Ze heeft kort haar en grote ogen. Ze speelt in de keuken. De theepot zegt zachtjes "pssst". Luna lacht. "Kijk", zegt ze. De theepot blaast kleine wolkjes. De wolkjes dansen op de tafel.
De lepel beweegt als een stokje. Hij tikt en zingt. Luna tikt mee. "Nog een liedje", zegt ze. De lepel zingt een raar lied. Het klinkt als een kikker met een hoed. Luna klapt in haar handen. Haar lach klinkt als bellen.
De schoenen hiernaast lopen zachtjes weg. "Waar gaan jullie heen?" vraagt Luna. "Naar de tuin," zegt één schoen. "We willen de zon kietelen." Luna rent met hen mee. Ze kan niet rennen snel. Ze houdt de schoen vast. Samen wandelen ze langzaam. De vogels zingen mee. Alles is vrolijk.
In de tuin staat een oude emmer. De emmer heeft sokken aan. "Brrr," zegt de emmer. "Ik heb koude handen." Luna stopt een warme doek in de emmer. De emmer glimlacht. Sokken dansen om de emmer. Luna helpt de sokken terug naar de waslijn. Ze hangt ze aan een draad. De sokken zingen zachtjes. Luna wiegt op de maat.
Opeens tovert de klok een liedje dat verwart. De klok zegt: "Drie uur of vijf uur?" Hij draait zijn wijzers in een klein cirkeltje. De wijzers lachen en verwarren de poten van een stoel. De stoel wiebelt. Luna pakt de stoel en zet hem goed neer. "Rustig," zegt ze. De stoel stopt. Niemand is bang. Alles wordt weer netjes.
De dag eindigt. De lamp fluistert een slaaplied. De wolkjes kruipen in de theepot. De schoenen zetten zich op hun plek. De emmer zegt dank je. Luna stapt in haar bed. Ze sluit haar ogen. Ze lacht nog één keer.
Kleine handen helpen de grote wereld zacht en blij.