Kijk, daar is Jonas. Jonas heeft een grote hoed op. Zijn vrienden zijn er ook: Mila, Tess en Bram. Ze staan in de tuin. Maar, oeps! Jonas struikelt over een steen. "Au!" roept hij.
Mila lacht. "Kijk, daar is een blauwe kikker!" Kikker kwakt met zijn tong. "Ribbit!" zegt Kikker.
"Hallo, Kikker," zegt Bram. "Kom je mee op avontuur?" Kikker springt op. "Ribbit, ribbit!"
"Wat is dat?" vraagt Tess. Ze wijst naar een groot, glimmend ei. "Een draakje?" Iedereen kijkt. "Wauw!" zegt Jonas.
Ze lopen naar het ei. Het ei wiebelt. "Kijk, het beweegt!" roept Mila. Het ei kraakt. En dan... een klein draakje komt eruit. "Boe!" zegt het draakje.
Iedereen lacht. "Hallo, Draakje," zegt Tess. "Wil je spelen?" Draakje knikt. "Ja!"
Jonas, Mila, Tess, Bram en Draakje rennen in de tuin. Ze springen over de bloemen en dansen rond de boom. "Draaien, draaien!" roept Bram.
Kikker doet mee. "Ribbit, ribbit!" zegt hij. Draakje vliegt een beetje. "Woehoe!" roept Draakje.
De zon schijnt. Iedereen is blij. "Wat een leuk avontuur!" zegt Mila. Jonas glimlacht. "Morgen weer?"
"Ja, morgen weer!" roept iedereen. Kikker kwakt met zijn tong. "Ribbit!" zegt hij vrolijk. En zo zijn ze samen, blij en lachend.