Daar is hij! Super Sam! Super Sam heeft een rode cape en een gele bril. Sam kan heel snel rennen. Hij glimlacht altijd. Sam woont in de grote stad. Vandaag schijnt de zon. De mensen lachen. De stad is blij.
Opeens roept mevrouw Vos: “Help! Mijn ballon is weg!” De rode ballon vliegt naar de lucht. Super Sam lacht en zegt: “Ik help!” Sam rent héél snel. Zijn schoenen maken “zoef zoef!” Super Sam springt hoog. Hij pakt de ballon. “Hier is je ballon, mevrouw Vos!” zegt Sam vrolijk. Mevrouw Vos lacht blij.
Dan hoort Sam kleine Max roepen: “Mijn ijsje valt!” Het bolletje ijs rolt naar de stoep. Sam rent snel. Hij is er op tijd! Sam vangt het ijsje en geeft het terug aan Max. “Dankjewel, Super Sam!” roept Max en lacht.
De mensen klappen en roepen: “Hoera voor Super Sam!” Sam zwaait en doet een gekke dans. De kinderen lachen. De zon schijnt. Iedereen voelt zich fijn.
Super Sam knipoogt en zegt: “Samen helpen is fijn!”
Samen sterk, dan is iedereen blij.