Er was eens een superheld genaamd Blitse Ben. Blitse Ben was heel speciaal. Hij droeg een blauwe cape en had een helm die licht gaf. Elke dag vloog hij over de stad om te zien of alles goed ging.
Op een zonnige dag zag Blitse Ben iets grappigs. Een grote, rode ballon zat vast in een boom. Onder de boom stond een klein meisje. Ze keek verdrietig naar haar ballon.
Blitse Ben vloog snel naar beneden. "Hallo, ik ben Blitse Ben," zei hij vrolijk. Het meisje keek omhoog en glimlachte. "Hallo Ben, mijn ballon is weg," zei ze.
Blitse Ben lachte. "Geen zorgen, ik help je!" Hij sprong omhoog en met een snelle zwaai van zijn hand pakte hij de ballon. Met een zachte landing stond hij weer op de grond en gaf de ballon terug aan het meisje.
"Dank je wel, Blitse Ben!" zei het meisje blij. Blitse Ben knikte en zwaaide. "Altijd graag gedaan!"
Toen hoorde Blitse Ben een ander geluid. Het kwam van de speeltuin. Daar zag hij een jongetje die zijn schoen niet kon vinden.
"Ik help je wel," zei Blitse Ben. Hij keek rond en vond de schoen onder de glijbaan. "Hier is je schoen!" riep hij vrolijk. Het jongetje lachte en trok zijn schoen weer aan.
Blitse Ben vloog verder door de stad. Hij hielp een kat van het dak, een vogel met een kromme vleugel en zelfs een oude dame met zware tassen. Iedereen was blij met zijn hulp.
Aan het einde van de dag voelde Blitse Ben zich gelukkig. Hij keek naar de zon die onderging en dacht bij zichzelf:
"Helpen maakt iedereen blij."