In Sterrenstad glimt het hoog. Lichten twinkelen. Vliegauto's zoemen zacht. Op een dak staat Kapitein Komeet. Hij is een grote man met een blauwe helm, een rode cape en zilveren laarzen. Op zijn borst staat een gele ster. Zijn ogen lachen. Aan zijn riem zit een klein knopje. Daarmee praat hij met zijn robotvriend Piep.
«Piep, klaar?» zegt Kapitein Komeet.
«Klaar!» zegt Piep. «Ik piep en ik help!»
Kapitein Komeet kan licht maken met zijn handen. Felle, warme lichtstralen. Ook kan hij heel hoog springen, als een raket. Boem, hop, weer zacht landen.
Opeens knippert het grote stoplicht bij het plein. Groen wordt paars. Rood wordt geel. Auto's staan stil. Een bus zegt: «Toet-toet, ik wacht!» Mensen lachen, maar ze willen door.
Kapitein Komeet springt. Hop! Hij zweeft even, als een held in een strip. «Sterrenkracht!» roept hij. Piep vliegt naast hem met kleine propellers.
Bij het stoplicht is een klein probleem. Een rond, slim wolkje van stroom is in de kast gekropen. Het heet Vonkie. Vonkie maakt grapjes en draait knopjes om.
«Hé Vonkie,» zegt Kapitein Komeet zacht. «Dat is druk. Dat is niet fijn voor de stad.»
Vonkie wiebelt. «Ik wil spelen!» zegt Vonkie.
Kapitein Komeet knielt. Hij lacht. «Spelen mag. Maar veilig. Kijk, ik maak een lichtbal. Jij mag eromheen dansen.»
Hij maakt een warme lichtbal. Piep zegt: «Biep-biep, dansplek!»
Vonkie danst blij rond de lichtbal. Dan glijdt Vonkie netjes in een glazen bolletje dat Piep vasthoudt. «Hier kan jij spelen zonder kast,» zegt Piep.
Kapitein Komeet zet de knopjes terug. Het stoplicht wordt weer groen, rood, groen. De bus rijdt. Mensen zwaaien. Een kind roept: «Komeet, hoera!»
Kapitein Komeet zwaait terug. «Teamwerk!» zegt hij, en hij maakt een klein sterretje licht voor de straat.
's Avonds rust Sterrenstad weer, helder en zacht.
Moraal: Een echte held helpt met moed, maar ook met een warm hart en slim samen spelen.