Op een dag, in het warme zand van Afrika, loopt een jonge man door het hoge gras. De zon lacht en de vogels zingen zacht. De lucht is blauw, de bomen wiegen heen en weer. De jonge man heet Semba. Semba draagt een rode doek. Die doek is zacht en warm.
Semba hoort iets. “Tik, tik, tik!” Het is de schildpad. Schildpad zegt: “Semba, help je mij?” Semba knielt en lacht. “Natuurlijk, kleine vriend,” zegt Semba. Hij tilt de schildpad op en zet haar in het koele gras. Schildpad zegt: “Dank je, Semba!” Semba zwaait en loopt verder.
Hij ziet een aap. De aap springt van tak naar tak. “Semba, help je mij?” roept de aap. Semba klapt zacht in zijn handen. Hij vindt een banaan en geeft die aan de aap. De aap lacht en zegt: “Dank je, Semba!”
De zon klimt hoog. Semba voelt zich blij. Hij hoort het water van de rivier. Hij neemt een slok en voelt zich sterk. Semba ziet veel dieren. Iedereen groet Semba. Semba groet terug.
Aan het einde van de dag zit Semba onder een grote boom. De wind waait zacht. De dieren komen bij hem zitten. Samen luisteren ze naar de geluiden van Afrika.
Samen zijn en helpen is fijn.