Er was eens een lieve vrouw genaamd Ayo. Ze woonde in een klein dorp onder de warme zon. Elke ochtend ging Ayo naar de rivier. Ze zong zachtjes, en de vogels zongen mee. De rivier glimlachte en stroomde vrolijk.
Op een dag vond Ayo een klein vogeltje. Het vogeltje piepte verdrietig. "Wat is er, klein vogeltje?" vroeg Ayo. Het vogeltje keek omhoog. "Ik ben mijn nest kwijt," piepte het.
Ayo glimlachte en zei: "Kom maar mee, ik help je." Ze droeg het vogeltje voorzichtig in haar handen. Samen liepen ze langs de grote bomen. "Kijk daar," zei Ayo, "een mooie boom voor jouw nest."
Het vogeltje keek blij. "Dank je, Ayo," piepte het vrolijk. Samen bouwden ze een nieuw nest. Het vogeltje sprong erin en zong een vrolijk lied. Ayo klapte in haar handen en lachte.
Elke dag daarna zongen Ayo en het vogeltje samen. Hun liedjes vulden het dorp met vreugde. De zon scheen altijd warm, en de rivier bleef glimlachen.
Vriendelijkheid maakt de wereld een beetje mooier.