In een warm dorp aan een grote rivier woont Amina. Amina is een vrouw met een zachte lach. Ze draagt een kleurige doek. Ze zingt bij het vuur. Ze loopt met blote voeten op het pad.
Elke ochtend komt Amina naar het water. Ze wast de kleren. Ze praat met de vogels. "Goedemorgen," zegt ze. De vogels antwoorden met een lied. Amina lacht en zingt mee.
Op een dag vindt Amina een kleine schildpad op het zand. De schildpad is traag. Amina pakt hem zacht. Ze zegt: "Kom mee, vriend." De schildpad kijkt stil. Amina draagt de schildpad naar het water. Ze zet hem in de rivier. De schildpad zwemt langzaam. Amina klapt haar handen. Ze zegt: "Goed zo."
De mensen in het dorp zien Amina. Ze zien haar zorgen. Ze komen bij haar. Een oude man zegt: "Amina helpt altijd." Een vrouw zegt: "Amina deelt haar brood." De kinderen klappen. Amina roept: "Kom, kom!" en geeft kleine stukjes mango.
In de avond zit Amina bij het vuur. Ze vertelt een verhaal. Ze vertelt van de rivier. Ze vertelt van de schildpad. De kinderen luisteren met grote ogen. Hun handen liggen stil. Amina herhaalt de naam van de rivier. Ze zingt zacht. Haar stem is als een warm doek.
Soms brengt de wind een nieuw lied. Soms brengt de maan een glans. Amina voelt zich blij. Ze voelt zich thuis. Het dorp voelt zich heel dichtbij.
En als er een klein probleem is, helpt Amina met rust. Ze praat zacht. Ze lacht zacht. Alles komt weer goed.
Moraal: Wie zacht en lief is helpt zijn dorp en brengt rust.