In het warme zand van Afrika wandelt Ayo, een jonge vrouw met een grote glimlach. Haar rok zwiert, “woesh, woesh,” in de wind. De zon lacht hoog aan de lucht. Vogels zingen “tsjiep-tsjiep” in de bomen.
Ayo hoort een zacht “plop-plop” bij de rivier. Ze buigt zich en ziet een klein visje spartelen. “Hallo visje,” zegt Ayo. “Ben je verdwaald?” Het visje wiebelt met zijn staart. “Blub-blub,” zegt het visje.
Ayo lacht en pakt voorzichtig het visje op. Haar handen zijn warm als de zon. Ze loopt “tap-tap” naar het water. “Hier ben je veilig, visje,” zegt Ayo zacht. Ze laat het visje los. “Plons!” Het visje zwemt blij weg.
Ayo klapt in haar handen. “Goed gedaan!” roept ze. De vogels fladderen. “Flap-flap!” De bomen dansen zachtjes mee. Ayo voelt zich blij en trots. Ze kijkt omhoog. De zon knipoogt naar haar.
Ayo loopt terug naar huis. Haar voeten maken zachte “pad-pad” geluiden op het zand. Ze zingt zachtjes, haar stem klinkt als de wind.
Ayo weet: als je lief bent voor anderen, groeit je hart groot en warm.
Goed doen maakt iedereen blij!