Roosje zit op de grond in de woonkamer. Ze heeft haar knutselspullen voor zich. Stiften, gekleurd papier, stickers, en een grote schaar met ronde punten. Naast haar ligt haar grote broer Sem. Hij is zes jaar en rolt met zijn autootje. Hun hondje Pluis ligt languit in de zon en slaapt. Roosje kijkt naar Sem en dan naar haar stapel papier.
“Ik maak badges van missie!” zegt Roosje trots.
Sem kijkt nieuwsgierig. “Wat zijn dat?” vraagt hij.
“Dat zijn speciale rondjes. Als je er eentje op hebt, weet je wat je moet doen! Zoals… Missie: koekjes zoeken! Of missie: kietelwedstrijd!” zegt Roosje met een grote grijns.
Sem lacht. “Maak er een voor mij!”
Roosje begint te knippen. Rondje, rondje, wiebel wiebel met de schaar. “Oops!” roept ze hard. Haar papiertje springt weg en belandt op Sems hoofd.
Sem doet alsof hij schrikt. “Oh nee! Nu ben ik een gekke raket!” roept hij. Roosje giechelt.
Ze tekent een ster op het papiertje en plakt een sticker erop. “Hier, Sem! Dit is de raketmissie! Ga zo snel als je kan naar de bank.”
Sem springt op. “ZOEM!” roept hij. Hij rent naar de bank met zijn armen wijd, net als een raket. Pluis wordt wakker en kijkt verbaasd.
Roosje maakt nog meer badges. Een met een banaan erop, een met een kietelhand, en eentje met een lachend gezichtje. "Deze is voor mij!” zegt ze. Ze plakt het gezichtje op haar trui.
Sem komt terug. “Nu jij een missie!” zegt hij. “Wat moet je doen?”
Roosje denkt na. “Missie: verstop je achter de gordijn!”
Ze rent snel en duikt achter het gordijn. Haar voeten steken er onderuit. Sem lacht zo hard dat hij bijna omvalt.
“Nu ik weer!” roept Sem. “Missie: wie kan het hardst lachen?”
Roosje komt tevoorschijn. “Hahahaha!” lacht ze hard. Sem lacht nog harder. Pluis blaft zacht mee. “Woef woef!” Dan moeten ze alle drie nog harder lachen.
Mama komt binnen met een schaal druiven. “Wat zijn jullie vrolijk!” zegt ze.
“We spelen badge-missies!” roept Roosje trots.
“Mag ik ook meedoen?” vraagt mama.
Roosje knikt. Ze knipt een extra grote badge en plakt er een glitter op. “Jij krijgt super-mama-missie!”
Mama lacht en doet de badge op haar trui. “Wat moet ik doen, baas Roosje?”
Roosje denkt even na. “Missie: iedereen een druif geven met je ogen dicht!”
Mama lacht: “Dat is lastig!” Ze knijpt haar ogen stijf dicht en pakt een druif. Maar ze geeft de druif aan Pluis in plaats van aan Sem. Sem roept: “Nee, niet Pluis!” en ze lachen weer allemaal.
Dan vindt Sem iets in de speelgoedkist. “Kijk Roosje, de schaduwprojector!” roept hij.
Roosje springt op. “Missie: gekke schaduwdieren maken!”
Sem maakt het licht uit. Hij zet de projector aan. Een grote schaduw verschijnt op de muur. Sem maakt een vogel met zijn handen. Roosje doet haar vingers omhoog: “Kijk, konijn!” roept ze.
Mama doet ook mee. Ze maakt een hond. Pluis blaft naar de schaduw van de hond. “Woef woef!” Pluis springt tegen de muur en probeert de schaduw te vangen. Zijn pootjes gaan maar heen en weer, maar hij krijgt alleen zijn eigen schaduw te pakken.
Iedereen moet lachen. De schaduwen dansen over de muur. Sem maakt een olifant en Roosje probeert een vis. Dan vallen ze van het lachen om Pluis, die nu ronddraait en probeert zijn eigen staart te vangen.
Roosje zucht van het lachen en ploft op de grond. Sem ploft naast haar. Mama gaat zitten en aait Pluis. Overal liggen badges. De kamer is vol missies, vol lachen, vol vrolijkheid.
“Wat een leuke dag,” zegt Roosje zacht.
Sem knikt. “Ja, ik wil morgen weer badge-missies doen!”
Mama pakt beide kinderen op schoot. Pluis kruipt erbij. Samen zitten ze, helemaal warm en rustig. Iedereen glimlacht. De laatste badge van de dag is: Missie: samen gelukkig zijn.
Ze geven elkaar een dikke knuffel en lachen nog één keer heel hard samen. Dan is het tijd om te rusten. De badges liggen netjes klaar voor morgen, want elke dag is een nieuwe missie vol vrolijke gekkigheid.