Mama zet een lege doos op tafel. “Wie wil knutselen?”
Noor en Sem roepen tegelijk: “Ik!” Ze zijn allebei drie. Noor zit in haar rolstoel en rolt dichterbij. Sem klimt op zijn stoel. Hun neuzen bijna tegen elkaar.
“Ik had het eerst!” zegt Sem.
“Nee hoor, ik ook!” zegt Noor. Ze steekt haar tong een klein beetje uit. Heel snel weer terug. Plof!
Mama lacht zacht. “Geen ruzie. Jullie kunnen samen iets maken.”
Noor tikt op de doos. “Een spel! Een bordspel!”
Sem klapt in zijn handen. “Ja! Met regels. En met… boem-boem!”
“Niet te hard boem,” zegt Noor. “Zacht boem.”
Ze schuiven spullen naar zich toe: doppen, knopen, gekleurde papiertjes, een dobbelsteen met stippen, en twee kleine poppetjes.
Sem pakt de stift. “Ik teken de weg!”
Noor pakt ook een stift. “Ik teken ook!”
“O nee,” zegt Sem. “Dan wordt het rommelig.”
“Noor maakt mooie rondjes,” zegt mama. “Sem maakt mooie strepen. Dat past.”
Noor knikt. “Rondjes en strepen. Samen!”
Ze tekenen. Strepen, rondjes, strepen, rondjes. Sem tekent per ongeluk een streep over Noor haar rondje.
“Hé!” roept Noor. “Dat was mijn rondje!”
Sem kijkt schuldig. “Oeps… ik zag het niet.”
Noor kruist haar armen. “Hmmmpf.”
Sem denkt hard. “Wacht! Dan is dat… een tunnel! Pjoeww!”
Noor kijkt. De streep door het rondje lijkt echt op een tunnel. Ze giechelt. “Oké, tunnel. Maar dan moet je erdoorheen zeggen: ‘Pjoeww!'”
“Deal!” zegt Sem.
Ze plakken doppen op het bord als vakjes. Plak, plak. Noor plakt een knoop scheef.
Sem zegt: “Scheef is fout.”
Noor zegt: “Scheef is grappig.”
Mama fluistert: “Scheef is een lach-vakje.”
Sem kijkt weer. “Haha! Als je hier komt, moet je lachen: ‘Hihi-haha-hoho!'”
Noor doet het meteen. “Hihi-haha-hoho!” Haar schouders schudden.
Sem doet mee. “Hihi-haha-hoho!” Ze kunnen niet stoppen.
Dan is het tijd om te spelen. Noor kiest het rode poppetje. Sem het blauwe.
Regel één, zegt Noor: “Bij een 1 zeg je ‘piep'.”
“Regel twee,” zegt Sem: “Bij een 2 doe je ‘boink!'”
Regel drie, zeggen ze samen: “Bij de tunnel: ‘Pjoeww!' En bij het scheve vakje: lachen!”
Ze gooien om de beurt. “Piep!” “Boink!” “Pjoeww!” “Hihi-haha-hoho!” Het klinkt alsof de tafel zelf ook meedoet.
Sem landt op het laatste vakje. Noor bijna tegelijk. Ze kijken elkaar aan.
“Wie won?” vraagt Sem.
Noor grijnst. “Ons spel won.”
Mama legt een deken om hen heen. “Wat een fijn spel.”
Noor zucht tevreden. Sem gaapt. De doos ligt vol rondjes en strepen, en hun lachen blijft nog even zacht in de kamer.