Hoofdstuk 1: De Geheime Deur
Op een zonnige dag in de toekomst lopen Noor en Sam samen naar het grote park. Noor heeft bruin haar en een vrolijke lach. Sam heeft blonde krullen en houdt van springen. Noor zegt: “Sam, waar gaan we spelen vandaag?”
Sam zegt: “Laten we bij de grote rode boom kijken, Noor!”
Ze rennen hand in hand naar de boom. Plots vinden ze iets vreemd. Achter de boom is een kleine, ronde deur. Noor fluistert: “Sam, kijk! Een geheime deur.”
Sam lacht: “Zullen we kijken wat erachter zit?”
Ze duwen zachtjes tegen de deur. De deur gaat open. Binnen is het donker, maar ook een beetje spannend. Noor zegt: “Kom, we gaan samen!”
Samen stappen ze naar binnen. Binnen zien ze iets heel bijzonders: een grote zilveren machine met veel lichtjes. Op de machine staan knoppen en er zijn zachte stoelen.
Sam kijkt naar Noor. “Wat is dit, Noor?”
Noor kijkt heel goed en leest de grote letters: “Tijd-Reismachine.”
“Noor, wat is tijd-reizen?” vraagt Sam zacht.
Noor zegt: “Misschien kan deze machine ons naar vroeger brengen. Of naar de toekomst!”
Sam klapt in zijn handen. “Dat klinkt als een avontuur!”
Hoofdstuk 2: De Reis Door de Tijd
Noor en Sam gaan in de zachte stoelen zitten. Noor drukt op een grote, blauwe knop. De machine zoemt en trilt een beetje. “Vasthouden, Sam!” zegt Noor. “We gaan!”
Plots is het stil. De deur van de machine gaat open. Noor en Sam stappen naar buiten. Alles is anders. Het gras is lang en er lopen grote dieren. Noor roept zacht: “Kijk Sam! Dino's!”
Sam kijkt zijn ogen uit. “Die zijn groot, Noor!”
Ze zien een kleine dinosaurus met groene vlekken. Noor zegt lief: “Hallo dino.”
De dinosaurus zegt “Rawr!” maar zachtjes, want hij is vriendelijk. Noor en Sam lachen.
Sam zegt: “Noor, zullen we de tijdmachine weer proberen?”
Ze gaan terug naar de machine en drukken op een gele knop. De machine zoemt weer. Noor zegt: “Waar gaan we nu naartoe?”
Als ze uitstappen, zien ze grote stenen huizen en mensen met gekke kleren. “Welkom in het oude Egypte!” roept Noor.
Sam wijst naar een grote piramide. “Wat is dat, Noor?”
Noor zegt: “Dat is een piramide. Daar wonen koningen, farao's.”
Ze zien een meisje, ze heet Amina. Ze zwaait.
Amina zegt: “Willen jullie zandkastelen bouwen met mij?”
Noor en Sam bouwen samen met Amina mooie zandkastelen. Ze lachen veel.
Na het spelen zegt Sam: “Het is fijn hier, Noor. Maar ik mis onze tijd.”
Noor knikt. “Kom, we gaan terug.”
Ze lopen terug naar de tijdmachine, samen met Amina.
Amina zegt: “Dag lieve vrienden! Kom nog eens terug.”
Noor zegt: “Dag Amina! Bedankt voor het spelen.”
Hoofdstuk 3: Terug Naar Huis
Noor en Sam stappen weer in de tijdmachine. Noor drukt op de groene knop. Het zoemt, het licht flikkert. Ze sluiten hun ogen.
Als ze de ogen weer openen, zijn ze weer in het park, bij de grote rode boom. Noor zegt: “We zijn terug, Sam!”
Sam lacht: “Wat een mooie reis was dat, Noor!”
Noor knikt. “We hebben dino's gezien. En we hebben gespeeld met Amina bij de piramides.”
Sam zegt: “En nu zijn we weer thuis. Ik ben blij, Noor.”
Noor pakt Sam's hand vast. Ze zegt: “Weet je, Sam? Het is fijn om te reizen, maar het is ook fijn om thuis te zijn.”
Sam knikt. “Ik hou van ons park, Noor.”
Ze kijken nog één keer naar de geheime deur. Noor zegt: “Misschien gaan we nog eens op reis, ooit. Maar nu blijven we hier.”
Ze lachen samen en lopen terug naar hun huis. De zon schijnt zacht. Noor en Sam zijn gelukkig.
Einde.