De kleine klok
Noor, Lila en Sara spelen in de zandbak. Ze zijn drie jaar. Ze vinden een klein klokje. Het klokje glinstert blauw en hoorbaar tikt het zacht. Noor zegt: "Wat is dat?" Lila pakt het op. "Misschien een toverklok," zegt Sara.
Ze drukken op een knop. Het klokje zingt: tik-tik-tik-zoom. Een warme wind voelt als een deken. De tuin verandert. De bloemen worden groter. De lucht wordt anders blauw. Ze stappen voorzichtig uit de zandbak.
"Waar zijn we?" fluistert Lila. Noor kijkt naar een oud huis. Het huis lijkt van heel vroeg. Aan de deur hangt een houten bord met cijfers. Sara schrijft in haar kleine schrift: Dagboek: oude tijd.
De tijd van de houten wielen
Een meneer komt naar buiten. Hij draagt een grote hoed en lacht. "Hallo," zegt hij. "Zeg eens, zijn jullie verloren?" Noor schudt haar hoofd. "We zijn op avontuur," zegt zij. De meneer knikt. "Zo, kijk goed om je heen. Alles hier is anders. Kijk, voel en vraag."
De meisjes kijken. Ze zien een kar met houten wielen. Er zijn rinkelende bellen aan de paarden. Lila wijst naar de bellen. "Waarom hebben ze bellen?" vraagt ze. Sara trekt aan het klokje. Het tikt rustig. Ze denken na. "Misschien zodat mensen weten dat de kar komt," zegt Noor. Ze controleren de weg. Ze tellen de stenen. Ze leren te kijken en te vragen.
Een meisje van ongeveer hun leeftijd komt spelen met een houten pop. Ze glimlacht en vraagt: "Willen jullie pop kijken?" De drie vrienden spelen samen. Ze leren dat spelen overal hetzelfde voelt. De klokje zegt zacht: tik-tik.
Ze houden zich aan één regel: niks zomaar meenemen. "We vragen eerst," zegt Noor. Ze leren dat je altijd moet vragen en nadenken.
Terug, met een glimlach
Na het spelen voelen ze zich moe maar blij. Lila kijkt naar het klokje. "Hoe komen we terug?" fluistert ze. Sara denkt heel hard en zegt: "We volgen het tik." Noor drukt op het knopje. Er is weer een zachte wind. De bloemen smelten terug naar de tuin. Het oude huis wordt een schommel.
Thuis in de zandbak zitten ze. Sara schrijft nog in het schrift: Dagboek: oude tijd was leuk. Lila plakt een klein blad in het boek. "We leerden vragen stellen," zegt ze. Noor lacht. "En we vroegen eerst." Ze knuffelen elkaar.
Het klokje ligt nu op een handdoek. Het tikt zacht, maar het blijft stil. Niemand is bang. Ze weten dat ze samen kunnen denken. Ze weten dat vragen helpen.
"Tot de volgende keer," zegt Noor. Ze geven het klokje een kus. Hun adem is rustig. De lucht is zacht. Het avontuur is klaar. De meisjes spelen verder in de zandbak, veilig in het nu.