De knipperende machine
Luna is vier jaar. Ze heeft krullend haar en een grote glimlach. Ze houdt van sterren en tekeningen. Ze houdt ook van knutselen. Op de tafel liggen karton, knoppen en touw. Ze maakt iets met zorg. Ze noemt het haar machine.
"Dit is mijn tijdmachine," zegt Luna zacht. Ze zet een glitterknop op de voorkant. Ze tekent een klok. Ze plakt een veer. Haar pop kijkt toe. De kat snuift aan een draadje.
Luna schrijft in haar boekje. Ze tekent een cirkel en zet er een pijltje in. Ze schrijft: "Dag 1. Tijdmachine klaar?" Ze lacht. Ze voelt zich dapper.
Eerste sprong
Luna drukt op de knop. De machine knippert. Lichtjes pingelen als sterren. Luna hapt licht. "Oh!" zegt ze. Ze houdt haar boekje vast.
Plots is alles anders. De lucht is zachtroze. Grote bomen hebben klokjes in hun takken. Vogels zingen met kleine belletjes. Luna stapt uit de machine. Ze zet haar hand op een boom. Hij voelt warm en glimlacht bijna.
"Hallo," zegt een stem. Een klein mannetje stapt naar voren. Hij draagt een jasje met zakken vol pluisjes. "Ik ben Tibo," zegt hij. "Welkom in het Morgenbos."
Luna knikt. "Ik ben Luna. Ik kom uit vandaag."
Tibo lacht. "Dan ben je een tijdreizigertje!" Hij wijst naar haar boekje. Luna laat hem de tekening zien. Tibo maakt een buiging. "Wat fijn dat je hier bent."
Ze lopen samen. Ze vinden een ei van glas. Het klinkt als een klokkenspel. Luna tikt erop. Het ei trilt en geeft een zacht lied. Tibo zegt: "Dat is een tijd-ei. Het bewaart herinneringen."
Luna zet het ei in haar tas. "Misschien is het een herinnering van later," zegt ze. Ze voelt zich groot.
De slimme paradox
Luna en Tibo komen bij een rivier. De rivier stroomt achteruit. Kleine vissen zwemmen achteruit en blinken als sterren. Een eend komt langs. Ze zegt: "Quak, quak. Hier zwemt tijd anders."
Luna kijkt naar haar horloge. Het draait langzaam rond. "Maar hoe weet ik wanneer ik terug moet?" vraagt ze.
Tibo haalt een potje tevoorschijn. "We zetten een brief in het potje," zegt hij. "Als de brief nat wordt, is het tijd om te gaan." Hij schrijft "Terug" en vouwt het briefje. Ze leggen het in het potje en zetten het in de rivier.
"Nu weten we het," zegt Luna en glimlacht.
Ze spelen bij de rivier. Ze bouwen een bootje van blaadjes. Ze zingen. Luna leert dat tijd soms anders voelt, maar regels helpen. Ze zegt tegen Tibo: "Ik wil niemand storen in de tijd." Tibo klopt op zijn hart. "Respect voor de tijden is wijsheid."
Een klein probleem
Op een open plek staan drie kinderen. Ze dragen kleren als boekjes. Een meisje, een jongen en een peuter. Ze zoeken iets en zien er verdrietig uit.
"Wat is er?" vraagt Luna zacht.
Het meisje zegt: "Onze tijdvogel is weg. Hij droeg onze dromen." Ze snikt een beetje.
Luna kijkt rond. Ze ziet een veer op de grond. Het glanst zoals haar glitterknop. Ze raapt de veer op. "Misschien is dit van jullie vogel," zegt ze. De peuter rent blij. "Kijk!" roept hij. De kinderen volgen de veer naar een grote bloem.
In de bloem zit een klein vogeltje. Het piept zacht. Luna streelt hem voorzichtig. "Hé," fluistert ze, "wees lief." Ze haalt het tijd-ei uit haar tas. Het vogeltje kijkt naar het ei. Het fladdert en zingt. De kinderen lachen. Ze bedanken Luna met een tekening van zonnen en sterren.
Luna voelt warmte in haar borst. Ze helpt met een plechtige belofte: "We passen op de tijden van anderen." De kinderen knikken. Ze geven haar een klein lint. Luna bindt het in haar haar.
Terug naar het nu
De zon in het Morgenbos wordt oranje. Luna kijkt naar haar boekje. Ze ziet haar tekening: een cirkel met pijlen. Ze weet dat het bijna tijd is. Ze denkt aan haar mama en haar bed.
"Ik moet terug," zegt ze zacht. Tibo pakt haar hand. "Je bent welkom," zegt hij. "Kom terug met je verhalen."
Ze lopen terug naar de plek waar de machine stond. De klokjes in de bomen tikken zacht. Luna legt het tijd-ei voorzichtig in de machine. Ze zet de glitterknop in het slot. Ze kijkt nog één keer om. De kinderen wuiven. De vogels bellen afscheid.
Luna drukt op de knop. De machine knippert. Lichtjes dansen. Het voelt als een zacht wiegen.
Thuis en een zachte les
De machine stopt. Luna staat weer bij haar tafel. Haar pop zit nog steeds naast het karton. De kat slaapt op de doos. Het boekje ligt open. Op de eerste pagina staat nu een nieuwe tekening: de bloem en het vogeltje en het lint.
"Ik ben thuis," zegt Luna. Ze loopt naar de keuken. Haar mama maakt warme melk. "Ben je veilig?" vraagt mama. Luna knikt. Ze geeft mama het lint. "Ik heb geleerd op anderen te letten," zegt ze. "En op de tijden van iedereen."
Mama knielt en kijkt haar aan. "Dat is heel wijs," zegt ze. Ze kust Luna op het voorhoofd. De kamer ruikt naar koekjes. De klok tikt gewoon zoals altijd.
Luna pakt haar boekje. Ze schrijft een korte notitie met grote letters: "Dank je, Morgenbos. Dank je, Tibo. Dank je, tijdvogel." Ze tekent ook een klein hartje bij het woord respect.
Ze legt haar hoofd op het kussen. Haar kat springt op het bed en spint. Buiten knippert een ster. Binnen is het warm.
Luna droomt van zachte bomen en zingende klokjes. Ze weet dat ze altijd terug kan komen. Maar ze weet ook dat naar het nu luisteren belangrijk is. Ze sluit haar ogen. De machine staat stil op de tafel, rustig en vriendelijk.
"Tot later," fluistert ze in haar slaap. En de nacht glimlacht terug.