Noor, Bram en Lila spelen in de zolder. Het is warm. Het ruikt naar oud papier en vanille. Plots vinden ze een klein kastje met knoppen en een zacht licht. Het kastje piept als een slak die lacht.
"Wat is dat?" vraagt Bram.
"Een tijdmachine?" fluistert Noor.
Lila tikt op een knop. Het kastje zegt: "Klaar voor een reis." Hun harten tikken als kleine trommels. Ze pakken elkaars handen. Samen drukken ze op de groene knop.
Daar! Zacht als een wiegelied glijdt de kamer. De muren worden sterren. In het kastje zit een briefje. Noor leest het voor: "Dag reizigers. Schrijf in je notitie wat je ziet. Blijf altijd samen. Kom terug met hetzelfde zonnetje." Ze lachen. Het zonnetje blijft in hun zakken.
Ze landen in een tuin vol reuzenbloemen. De bloemen zingen zacht. Een vlinder zo groot als een schoen knikt. "Hallo," zegt Bram. "We komen van later."
"Hebben jullie koekjes?" vraagt Lila meteen. De bloemen ruiken naar warme koekjes. De kinderen proeven een klein stukje. Het smaakt naar thuis.
Noor schrijft in haar notitie: "Grote bloemen. Zachte vlinder. Keekjes." Ze gebruikt eenvoudige woorden. Ze plakt een klein blad in het boek. De kinderen leren dat tekenen helpt onthouden.
"Zullen we verder reizen?" vraagt Noor. Ze drukken op een andere knop. Deze knop is paars en flikkert. Het kastje waarschuwt zacht: "Blijf bij elkaar. Verander niets groots." De kinderen knikken. Ze weten dat de tijd regels heeft, als vaste sporen die je niet kapot moet maken.
Nu zijn ze in een straat met oude vogels en glimmende fietsen. Een oudere man lacht en geeft hen een bal. "Dank u," zegt Bram. De man vertelt een kort verhaaltje over zijn jeugd. Hij zegt: "Bewaar je herinneringen. Ze zijn kleine lichtjes." Noor schrijft: "Meneer glimlach. Bal." Ze plakt een veertje in het boek.
De tijdmachine piept weer. Lila drukt haastig op rood. Oeps. Het kastje sputtert. Een klein vogeltje verandert in twee vogeltjes. "Kijk!" roept Bram blij. "Een paradijsje met twee vogeltjes." Maar het kastje zegt kalm: "Paradox kan spelen. Kleine puzzel. Los het met een herinnering."
Noor kijkt in haar notitieboek. Ze leest wat ze eerder schreef over de man en het veertje. Ze houdt het veertje tegen het licht. "Herinneringen passen als stukjes," zegt ze. "We doen niets weg. We zeggen dank je." Samen zingen ze zacht voor de twee vogeltjes. Het vogeltje bouwt een nieuw nest. De straat voelt heel veilig. Het kastje stopt met sputteren.
Ze reizen nog een keer. Nu zien ze kinderen die net hardop zingen. Het is hun eigen dorp, maar het is heel lang geleden. De kinderen leggen hun handen op hun hart. Ze zeggen zachtjes wat ze geleerd hebben: "Herinneringen houden je warm. Delen maakt ze groter."
Noor schrijft de laatste notitie: "Samen. Herinneringen. Zonnetje in zak." Ze borgt het veertje bij het briefje. Ze knopen het briefje aan het kastje. Het kastje glimlacht met lichtjes.
"Terug?" vraagt Lila. Ze drukken op de witte knop. De zolder komt terug. De zon in hun kamer schijnt precies hetzelfde. Hun moeder roept dat het eten klaar is. Het kastje staat heel stil. Geen geheimen meer.
Noor, Bram en Lila zitten naast elkaar. Ze openen het notitieboek. Ze zien de bladjes, de veer en de korte zinnen. Ze lachen. Ze voelen zich warm. Het zonnetje in hun zak is nog steeds daar.
"Wij hebben samen gereisd," zegt Bram.
"En we hebben herinneringen gemaakt," zegt Noor.
"En we stoppen ze in ons boek," zegt Lila.
Ze leggen het kastje terug op de plank. Voorzichtig. "Tot de volgende keer," fluistert Noor. De zolder glimlacht. De avond is zacht. Ze lopen hand in hand naar beneden. Hun herinneringen blijven als kleine lichtjes in hun zakken.