De Tijdreisstoel
Lina is drie jaar. Ze heeft krulletjes en blauwe ogen. Vandaag zit Lina in haar kamer. Ze kijkt naar haar knuffelbeer. Opeens ziet ze iets raars. In de hoek staat een grote, rode stoel. Die stoel stond er net niet!
Lina loopt naar de stoel. Ze loopt heel zachtjes. “Hallo, stoel,” zegt ze. De stoel zegt niks terug. Lina klimt op de stoel. De stof is zacht en warm. “Wat een fijne stoel,” fluistert Lina.
Dan hoort ze een piepje. Op de armleuning zit een gek, groen knopje. “Wat doet dat knopje?” vraagt Lina. Ze drukt erop. Plots gaat de stoel trillen. Alles in de kamer draait een beetje. “Oei!” roept Lina. Maar ze lacht. Het kietelt in haar buik.
De stoel stopt met trillen. Lina kijkt om zich heen. Haar kamer is weg! Ze zit in een grote tuin. De bloemen zijn heel hoog. Bijna zo hoog als Lina. Alles ruikt lekker. De zon schijnt. Er fladderen vlinders.
Lina kijkt verbaasd. “Waar ben ik?” vraagt ze zacht. Dan hoort ze een stemmetje. “Hallo, wie ben jij?” Het is een jongetje. Hij heeft een hoed van bladeren. “Ik heet Lina,” zegt Lina. “Ik ben drie.” Het jongetje lacht. “Ik heet Bram. Ik ben ook drie. Maar ik woon hier, heel lang geleden!”
Lina kijkt nieuwsgierig. “Ben ik nu in het verleden?” vraagt ze. Bram knikt trots. “Ja! Dit is onze tuin. Kom, ik laat je alles zien!”
Het Tuinavontuur
Samen lopen Lina en Bram tussen de bloemen. Ze zien grote slakken en kleine mieren. Ze ruiken aan de rozen. Bram laat een oude, houten schommel zien. “Deze schommel is van mijn opa,” vertelt Bram.
Lina klimt op de schommel. Bram duwt zachtjes. De schommel gaat heen en weer. Lina lacht. “Ik wil heel hoog!” roept ze. Maar de schommel gaat langzaam. Bram zegt: “Hoog schommelen duurt even. Je moet geduldig zijn.” Lina knikt. Ze wacht. Elke duw gaat het een beetje hoger. Na een tijdje schommelt ze heerlijk hoog. “Wat leuk!” roept Lina vrolijk.
Dan horen ze een zacht gebrom. Het komt van de tijdreisstoel. “Oh!” zegt Lina. “Misschien moet ik terug naar huis.” Bram kijkt een beetje verdrietig. Lina pakt zijn hand. “Misschien kom ik nog eens terug,” zegt ze. Bram glimlacht. “Dat zou fijn zijn!”
Lina loopt terug naar de stoel. Ze kijkt om zich heen. Ze ziet de bloemen, de schommel en Bram. “Dag Bram!” roept ze. “Dag Lina!” roept Bram terug.
Lina drukt weer op het groene knopje. De stoel trilt. Alles draait een beetje. Lina sluit haar ogen. Het kietelt weer in haar buik.
Terug in het Nu
Plotseling is alles stil. Lina doet haar ogen open. Ze is weer in haar kamer. Haar knuffelbeer ligt naast haar. De rode stoel staat er nog. Lina glimlacht. “Wat een avontuur!” zegt ze zacht.
Lina pakt haar knuffelbeer. Ze vertelt alles wat ze heeft gezien. “Er waren hoge bloemen. En Bram. En een schommel. Het was zo leuk!” fluistert Lina. De knuffelbeer knikt stilletjes.
Lina pakt haar kleurpotloden. Ze maakt een tekening van de tuin. Ze tekent Bram en de schommel. Ze tekent de tijdreisstoel. “Misschien ga ik morgen weer op reis,” denkt Lina. “Maar nu blijf ik lekker hier.”
Mama komt de kamer binnen. “Wat ben je lekker aan het tekenen,” zegt mama. Lina lacht. “Ik heb een tijdreis gemaakt, mama!” Mama lacht terug. “Wat fijn, lieverd. Maar nu is het tijd om te rusten.”
Lina kruipt in haar bed. Ze denkt aan de bloemen, de schommel en Bram. Ze voelt zich rustig en blij. “Misschien moet je soms even wachten,” fluistert Lina. “Dan gebeurt er iets moois.”
Lina sluit haar ogen. De tijdreisstoel staat stil in de hoek. Alles is rustig. Alles is goed.