Luna was een kleine meid van twee jaar. Ze had grote, glinsterende ogen en een lach die als de zon scheen. Op een mooie dag speelde ze in de tuin met haar favoriete teddybeer, Benny.
“Benny, kijk!” riep Luna. “Er is een grote, groene kikker!”
“Croak, croak!” zei de kikker, terwijl hij sprongetjes maakte.
“Hallo, kikker! Wat doe je hier?” vroeg Luna nieuwsgierig.
“Ik ben Kiki,” zei de kikker. “Ik ben op zoek naar mijn gouden kroon!”
“Een gouden kroon?” vroeg Luna met grote ogen. “Dat klinkt spannend!”
“Ja,” zei Kiki. “Ik heb hem verloren in de tuin. Help je me zoeken?”
“Ja, natuurlijk!” zei Luna blij. Ze zochten onder de bloemen en achter de bomen.
“Hier is een grote bloem!” zei Luna. “Misschien is de kroon daar?”
“Laten we kijken!” zei Kiki. Ze keken onder de bloem, maar daar was alleen een klein bijtje.
“Geen kroon hier!” zei Kiki teleurgesteld.
“Wat als we naar de vijver gaan?” stelde Luna voor.
Bij de vijver zagen ze iets glinsteren.
“Daar!” riep Kiki. “Dat is mijn kroon!”
“Wat een mooie kroon!” zei Luna.
“Dank je, Luna!” zei Kiki. “Je bent een echte vriendin!”
“Kunnen we nu feesten?” vroeg Luna enthousiast.
“Ja! Croak, croak!” zei Kiki. Ze dansten en lachten samen, terwijl de zon onderging.