Lila was in het bos. Ze zag iets glinsteren. "Wat is dat?" vroeg Lila.
Een klein kaboutertje kwam dichterbij. "Dat is een toverwandelstok!" zei de kabouter.
"Ooooh," zei Lila. "Wat doet het?"
De kabouter lachte. "Het doet grappige dingen! Wil je het proberen?"
Lila hield de toverwandelstok vast. "Jazeker!" riep ze.
Lila zwaaide de toverwandelstok. "Zwiep, zwiep!" zei Lila.
Plotseling begon een eend te dansen. "Kwaak, kwaak!" zei de eend.
Lila giechelde. "Wat grappig!"
De kabouter sprong omhoog. "Probeer nog een keer!" zei hij.
Lila zwaaide de toverwandelstok weer. "Zwiep, zwiep!" zei Lila.
Een boom kreeg grote, pluizige oren. "Oeh, dat kietelt!" riep de boom.
Lila lachte hard. "Nog een keer!"
De kabouter klapte in zijn handen. "Wat leuk!"
Lila zwaaide opnieuw. "Zwiep, zwiep!"
Een rookwolk veranderde in een grote, lachende gezicht. "Hallo daar!" zei het gezicht.
Lila stompte in haar handen. "Wat een gekke toverstaf!"
De kabouter grinnikte. "Goed gedaan, Lila!"
Lila keek naar de kabouter. "Mag ik het houden?"
De kabouter knikte. "Ja, maar pas op voor de verrassingen!"
Lila zwaaide nog een laatste keer. "Zwiep, zwiep!"
En daar waren bloemetjes in de lucht. "Oooh, mooi!"
Lila zwaaide naar de kabouter. "Dank je wel!"
Lila liep terug naar huis, met de toverwandelstok. Alles was leuk en grappig. En Lila? Zij had een grote glimlach.