Er was eens een prinses die in een betoverd koninkrijk woonde. Haar naam was Prinses Lila. Prinses Lila had een mooie, glinsterende jurk en een stralende lach. Ze was dapper en altijd vrolijk. In het koninkrijk waren de bomen groen en de bloemen kleurig. Maar boven de bergen, daar was iets geks aan de hand!
Op een dag hoorde Prinses Lila een vreemd geluid. “Wat is dat geluid?” vroeg ze. Ze besloot het te onderzoeken. “Ik ga kijken!” zei ze vol enthousiasme. Ze liep naar de grote, mysterieuze berg. Het geluid werd steeds luider. Het klonk als... een lach!
Toen ze bij de berg kwam, zag ze een grappige draak. De draak had een grote, ronde buik en een paar kleine, flonkerende oogjes. “Hallo, kleine draak!” zei Lila. “Waarom lach je zo?”
De draak giechelde. “Ik kan niet stoppen met lachen! Ik heb een grote, grappige hoed op!” zei de draak, terwijl hij zijn hoed omhoog hield. De hoed had grote, kleurrijke veren en een belletje dat steeds rinkelde.
“Dat is een mooie hoed!” zei Lila. “Ik wil ook lachen!” En zo deden ze samen een dansje. Ze draaide rondjes en de draak sprong op en neer.
“Laten we samen lachen!” riep Lila. En ze lachten en dansten de hele dag. De zon scheen en de bloemen dansten mee op de vrolijke muziek.
Aan het einde van de dag gaf de draak Lila een grote, zachte knuffel. “Dank je, Lila! Jij maakt mij blij!” zei de draak.
“Jij maakt mij ook blij!” zei Lila met een glimlach.
En zo gingen ze samen op avontuur, vol lachen en plezier, in het betoverde koninkrijk.