Er was eens een vrolijke prinses, met glinsterende schoentjes en een jurk vol stippen. Prinses Lila sprong elke ochtend uit haar bed. Ze riep: “Goedemorgen, zon! Goedemorgen, konijn!” Haar vriendje, het blauwe konijn, zwaaide met zijn oortje.
Vandaag was het feest in het koninkrijk. Overal hingen slingers, zelfs aan de bomen. Prinses Lila pakte haar toverstaf. “Kom op, Konijn!” zei ze. Samen liepen ze over het zachte gras. Daar lag een kikker, met een kroontje op zijn hoofd. “Kwak!” zei de kikker. Lila giechelde.
Ze zwaaide met haar toverstaf. Poef! De kikker kreeg grote, gekke sokken aan. Iedereen lachte. De kikker sprong, de sokken wapperden. “Kijk mij eens!” riep de kikker vrolijk. Lila klapte in haar handen.
Verderop zat de koning op een taart. Oeps! “Ai!” riep de koning, “mijn billen zijn plakkerig!” Prinses Lila kwam aanrennen en lachte. “Niet erg, papa! Nu ben je een koninklijke taartkoning!” De koning glimlachte. Het koninklijke konijn gaf de koning een servet. Alles was weer goed.
Plotseling viel er een regen van roze confetti. Iedereen keek omhoog. “Hoera!” juichte Lila. Ze ving de confetti in haar handen. Het rook naar aardbeien. De bomen dansten zachtjes mee. Lila draaide rondjes, haar jurk zwierde als een molentje.
Toen werd het rustig. De zon zakte langzaam weg. Lila geeuwde. “Dag koninkrijk. Dag Konijn. Slaap lekker, allemaal.” Ze kroop dicht bij haar konijn en kneep zacht in zijn poot.
Soms gebeuren er grappige dingen, maar samen kunnen we altijd lachen en alles weer fijn maken.