Lars speelt in de tuin. Hij heeft een rode bal. Hij gooit de bal naar zijn hond, Boef. Maar Boef rent niet. Boef blijft stil zitten. Lars kijkt verbaasd.
"Mama, waarom speelt Boef niet?" vraagt Lars.
Mama komt erbij. "Misschien is Boef een beetje moe," zegt ze zacht. "Laten we hem even knuffelen."
Lars voelt zich een beetje verdrietig. Hij wil dat Boef speelt. "Waarom is Boef moe?" vraagt hij.
"Mensen en dieren voelen zich soms moe als ze veel gespeeld hebben," zegt mama. "Soms zijn ze ook verdrietig. Dat is oké."
Lars knuffelt Boef. "Het is oké, Boef," zegt Lars.
Mama glimlacht. "Zie je, Lars? Je kunt Boef blij maken met een knuffel."
Lars voelt zich beter. Hij ziet Boef kwispelen. "Boef is blij!" roept Lars.
"Ja," zegt mama. "Soms, als we verdrietig zijn, helpt een knuffel ons blij te maken."
Lars lacht. Hij pakt zijn rode bal. "Wil je nu spelen, Boef?" vraagt hij.
Boef springt op en neer. Lars gooit de bal. Boef rent erachteraan. Lars lacht en klapt in zijn handen.
Mama kijkt toe. "Zie je, Lars? Nu zijn jullie allebei blij."
Lars knikt. "Ik en Boef zijn blij," zegt hij.
Mama knuffelt Lars. "Het is goed om emoties te voelen, Lars. Verdrietig of blij, het is allemaal oké."
Lars denkt na. "Ja, mama. Emoties zijn oké."
Hij rent achter Boef aan. Ze spelen samen in de tuin. En Lars weet dat het goed is om soms verdrietig te zijn. Dat maakt de blije momenten nog specialer.