Hoofdstuk 1: De Grote Propje-Probleem
âHallo, ik ben Karel de Kikker!â zegt Karel vrolijk. âVandaag gaan we een heldenteam maken!â
Zijn beste vriendje, Miep de Slak, kruipt langzaam dichterbij. âMag ik mee, Karel?â vraagt Miep.
âNatuurlijk, Miep! Jij bent supersnel⊠nou ja, in je hoofd!â giechelt Karel.
Plots komt Daan de Eekhoorn aanrennen. âWat doen jullie?â vraagt Daan.
âWe maken een heldenteam!â roept Karel.
âIk wil ook mee!â zegt Daan, en hij springt in de lucht. Maar hij landt per ongeluk op zijn staart. âOei!â lacht Daan.
âNu zijn we met drie!â zegt Karel trots.
âWat gaan helden eigenlijk doen?â vraagt Miep.
Karel kijkt geheimzinnig. âDe propjes vinden!â
âWelke propjes?â vraagt Daan.
âDe magische propjes!â zegt Karel. âDe Grote Propje-Profeet zei: âWie de propjes vindt, vindt geluk!'â
âWat is een profeet?â vraagt Miep.
âIemand die dingen zegt die niemand snapt,â zegt Karel. Iedereen lacht.
Hoofdstuk 2: Op Zoek Naar Propjes
Het heldenteam loopt over het gras.
âKijk!â roept Daan. âEen propje!â
Het is een stukje papier.
âIs dat het magische propje?â vraagt Miep.
Karel kijkt serieus. âMisschien⊠Laten we het meenemen!â
Ze zoeken verder.
âKijk!â zegt Miep. âNog een propje!â
Dit keer is het een blaadje.
âIs dat het?â vraagt Daan.
âWe nemen het gewoon mee,â zegt Karel.
Ze zoeken onder een struik.
âEen propje!â roept Daan weer.
Het is een slakkenhuisje.
âDat is mijn oude huis!â roept Miep.
Iedereen lacht.
Nu hebben ze drie propjes: papier, blaadje en slakkenhuis.
âZijn we nu gelukkig?â vraagt Daan.
Karel denkt even na.
âIk voel me wel blij!â zegt Karel.
âIk ook!â roept Daan.
Miep glimlacht. âIk ben altijd blij met vrienden.â
Hoofdstuk 3: De Grote Propje-Feest
Het heldenteam zit samen in het gras.
âWe zijn echte helden,â zegt Karel.
âMet echte propjes!â zegt Daan.
âEn echte vrienden,â zegt Miep.
De zon schijnt. De propjes liggen in het gras.
âMisschien was de profeet een beetje in de war,â zegt Karel.
âJa,â zegt Daan. âMaar samen zoeken is leuker dan propjes vinden.â
Iedereen lacht.
Ze houden een propje-feest.
Karel springt. Daan rolt. Miep kruipt rondjes.
En iedereen is gelukkig, zelfs zonder magische propjes.
Want samen zijn, dat is het mooiste wat er is.