Hoofdstuk 1: De Tijdpoort
“Lars, kom je mee spelen?” vraagt Sam.
“Ja! Wat gaan we doen?” zegt Lars.
“We gaan naar de tuin. Misschien vinden we iets leuks!” lacht Sam.
Lars en Sam lopen samen naar de tuin. Ze lachen en springen.
Kijk! Daar is een groot, glinsterend rond ding.
“Wat is dat?” vraagt Lars zachtjes.
“Ik weet het niet,” zegt Sam. “Zullen we dichterbij gaan?”
Ze stappen dichterbij. Het glinsterende ding is een poort.
Lars kijkt naar Sam. “Durf jij erin?”
Sam knikt. “Samen!”
Ze pakken elkaars hand.
“Eén, twee, drie!” roepen ze.
Ze stappen samen door de poort.
Hoofdstuk 2: Door de Tijd
Alles draait en glimt.
“Ooooh!” zegt Lars.
“Waar zijn we?” vraagt Sam.
Ze staan in een groot bos. De bomen zijn heel hoog.
“Dit lijkt niet op onze tuin,” zegt Lars.
“Ik denk dat we in het verleden zijn,” zegt Sam.
Ze horen vogels zingen.
Kijk! Daar rent een harige mammoet.
“Wauw, een mammoet! Die zijn er niet meer bij ons,” zegt Lars.
“Hallo, mammoet!” zegt Sam vriendelijk.
De mammoet zwaait met zijn slurf.
“Dag mammoet!” lachen de jongens.
Plotseling begint de poort weer te glinsteren.
“Zullen we verder gaan?” vraagt Lars.
“Ja, misschien zien we nog meer!” zegt Sam.
Ze gaan weer door de poort.
Alles draait en glimt weer.
Nu staan ze in een stad met hoge, glanzende huizen.
“Dit is wel heel anders!” zegt Sam.
“Misschien zijn we in de toekomst,” zegt Lars.
Ze zien kinderen vliegen op kleine borden.
“Dat wil ik ook!” roept Sam.
Een kind vliegt naar hen toe.
“Willen jullie proberen?” vraagt het kind.
“Ja, graag!” zeggen Lars en Sam.
Ze vliegen samen een rondje.
“Dit is leuk!” lacht Lars.
“Ik wil nog een keer!” roept Sam.
Hoofdstuk 3: Terug naar Huis
De poort begint weer te glinsteren.
“Misschien moeten we terug,” zegt Lars.
“Ja, ik mis mijn knuffel,” zegt Sam.
Ze pakken elkaars hand.
“Eén, twee, drie!” roepen ze weer.
Ze stappen door de poort.
Alles draait en glimt, en dan…
Ze zijn weer in hun tuin.
“Wat een avontuur!” zegt Lars.
“We hebben zoveel geleerd. Over vroeger en over later,” zegt Sam.
“Nu zijn we thuis. Dat is fijn,” zegt Lars.
Sam knikt. “Ja, thuis is het allerfijnst.”
Ze geven elkaar een knuffel.
En ze weten dat de tijdpoort altijd in hun hart blijft.