Il was eens een dappere prins genaamd Felix. Felix woonde op een magisch eiland vol grappige eenhoorns. De eenhoorns hadden regenboogstaarten en konden zingen als vogels. Felix hield van lachen en spelen met de eenhoorns.
Op een dag vond Felix een grote, glinsterende bal. "Wat is dit?" vroeg Felix. "Het is een toverbal!" riep een eenhoorn vrolijk. Felix gooide de bal in de lucht. Opeens begon de bal te dansen! De eenhoorns lachten en sprongen mee. "Nog een keer!" riepen ze.
Felix gooide de bal weer. De bal veranderde in een grote, zachte wolk. Felix en de eenhoorns sprongen op de wolk. Ze zweefden hoog in de lucht. "Woehoe!" juichte Felix.
Na een tijdje landden ze veilig op het gras. "Dat was leuk!" zei Felix. De eenhoorns knikten blij. Vanaf die dag speelden ze elke dag met de magische bal. En ze leefden nog lang en gelukkig, vol lachen en plezier.