In een klein huisje, in een rustig straatje, woonde een vrolijke jongen genaamd Tim. Tim was één jaar oud en hij was altijd nieuwsgierig. Op een dag, terwijl hij speelde met zijn blokken, zag hij iets geks onder de tafel. Wat was dat?
“Wat is dat?” vroeg Tim met een grote glimlach. Hij kroop naar de tafel en keek onder de tafel. Tot zijn grote verrassing zag hij een levendige, dansende sok! De sok had een grote lach en sprong vrolijk op en neer. “Hallo, Tim!” zei de sok. “Ik ben Sokky!”
Tim lachte. “Sokky! Wat doe je daar?”
“Ik ben op zoek naar mijn vriend, de andere sok!” zei Sokky. “Hij is weg! Kun jij helpen?”
“Ja, ja!” riep Tim blij. Samen met Sokky begon hij te zoeken. Ze keken achter de bank en onder de kussens. “Waar ben je, sok?” riep Tim. Maar de andere sok kwam niet tevoorschijn.
“Oeps!” riep Sokky. “Ik zie er grappig uit in mijn eentje!” Tim lachte nog harder. “Ja, je ziet er heel grappig uit, Sokky!”
Toen zei Sokky: “Misschien is de andere sok ook aan het dansen!” Tim begon te dansen zoals Sokky. Ze dansten samen door de kamer. “Dansen is leuk!” zei Tim.
Uiteindelijk, na veel dansen en lachen, kwam de andere sok tevoorschijn vanachter de gordijnen. “Hier ben ik!” zei de andere sok. Tim en Sokky juichten: “Hoera!”
“Laten we samen dansen!” zei de andere sok. En zo dansten ze met z'n drieën, tot het tijd was om te gaan slapen.
“Dank je, Tim!” zei Sokky. “Je bent de beste sokkenvriend!” Tim glimlachte en knikte. “Ja, sokken zijn leuk!”
En zo viel Tim in slaap, met een lach op zijn gezicht, dromen van dansende sokken.