Er was eens een dromerige konijn genaamd Benny. Benny woonde in een gezellig holletje onder een grote boom. Benny hield van dromen en bedenken van gekke dingen. Op een dag besloot hij een machine te maken. Een machine die lachen kon maken!
Benny riep: "Ik ga een lachmachine maken!" Hij verzamelde allemaal spullen: een oude hoed, een paar bellen, en een grote, kleurrijke bal. Hij knutselde en knutselde. Uiteindelijk was de machine klaar. Benny drukte op een grote knop. "KLIK!"
De machine begon te trillen en te schudden. Plotseling sprongen er gekleurde ballonnen uit! "Wauw!" zei Benny. "Kijk eens! Ballonnen!" Hij sprong op en neer van blijdschap. Maar toen gebeurde er iets geks. De ballonnen begonnen te dansen!
"Wat is er aan de hand?" vroeg Benny. De ballonnen maakten vrolijke geluiden. "Hiep hiep hoera! We willen spelen!" riepen ze. Benny lachte en zei: "Laten we spelen!"
Ze begonnen te springen en te huppelen. Maar toen, oh nee! Eén ballon blies te veel lucht en… BOEM! Hij knalde! "Oh nee!" riep Benny. "Dat was niet gepland!"
De andere ballonnen lachten. "Geen zorgen, Benny! We kunnen weer opnieuw beginnen!" Benny drukte opnieuw op de knop. "KLIK!" Deze keer kwamen er gekke geluiden uit de machine. "BEEP BEEP! HIEP HIEP!"
Benny kon niet stoppen met lachen. "Dit is zo leuk!" zei hij. De ballonnen dansten en maakten nog meer geluiden. Benny voelde zich heel blij.
Na een tijdje zei Benny: "Het is tijd om te slapen." De ballonnen knikten. "Ja, slapen is fijn!"
Benny gaf de ballonnen een dikke knuffel. "Welterusten, vriendjes!" zei hij. En met een grote glimlach viel Benny in een diepe, gelukkige slaap, terwijl de ballonnen zachtjes om hem heen zweefden.