Mia, Lina en Zoë zitten op een zacht kleed. Ze zijn klein. Ze zijn één jaar. Ze lachen. Ze klappen met hun handjes. Een bol wol rolt. De wol gaat op reis. De wol kietelt een sok. De sok zegt "boe" in een zacht stemmetje. De meisjes giechelen. Een sok op een hand ziet grappig uit. "Kijk!" zegt Mia. "Haha!" zegt Lina. Zoë klopt in haar handen.
Een grote knuffel valt op zijn neus. De knuffel snurkt zacht. "Snuif," zegt Lina. De meisjes doen hun ogen groot. Ze doen het knuffel-oor op hun hoofd. Nu zijn ze konijntjes. Ze huppelen niet echt, maar ze wiebelen. Een lepeltje zingt. De melodie is plons-plons. Ze klappen mee. De melkkom lacht zachtjes. De melk is warm. Een wolkje van melk danst op de rand. De meisjes blazen erop. Het wolkje vliegt als een klein ballonnetje.
De zon kijkt binnen. Ze maakt alles goud. Een deken valt over het kleed. De kusjes komen van mama. Ze zijn zacht en warm. De meisjes gapen. Hun oogjes worden zwaar. Hun adem wordt langzaam. Hun handjes zoeken de knuffel. De wolbol nestelt zich bij hun voeten. Het kleed wiegt zachtjes.
Rustige nacht. Slaap zacht kleine meisjes.
Een zachte kus helpt elke kleine angst weg.