Er was eens een superheld. Zijn naam was Bliksemman. Bliksemman had een grote, glanzende cape en kon snel rennen. Hij had ook de kracht om licht te maken. Zijn ogen glinsterden als sterren!
Op een dag zei Bliksemman: “Ik wil de mensen helpen!” Hij woonde in een mooi dorp met vrolijke huizen en groene bomen. De mensen waren blij, maar soms waren er problemen.
“Wat is er aan de hand?” vroeg Bliksemman aan een boer. De boer zei: “Mijn appels zijn verdord!” Bliksemman knikte. “Ik help je!”
Hij ging snel naar de appelboom. “Licht, kom tevoorschijn!” zei hij. En BAM! De boom begon te glanzen. De appels groeide weer! “Dank je, Bliksemman!” zei de boer.
“Geen probleem!” lachte de superheld. Hij voelde zich blij. Maar er was meer te doen.
Een kind kwam naar hem toe. “Mijn hond is weg!” zei het kind. Bliksemman zei: “Ik zoek je hond!” Hij rende snel door het dorp. “Hond, waar ben je?” vroeg hij.
Plotseling zag hij de hond onder een boom. “Hier ben je!” riep hij. Het kind juichte. “Dank je, Bliksemman!”
Bliksemman voelde zich sterk en gelukkig. “Ik moet ook rusten,” dacht hij. Hij ging naar zijn speciale plek. Het was stil en mooi.
Daar dacht hij na. “Ik wil de wereld beter maken.” Hij glimlachte en keek naar de sterren. “Samen kunnen we alles doen!”
En zo was Bliksemman de held van het dorp, altijd klaar om te helpen en te lachen.