Hoofdstuk 1: Beer Bram en de Tijdmachine
Beer Bram zit in zijn zachte stoel. Hij kijkt naar buiten en droomt. “Wat zou het leuk zijn om te reizen,” zegt Bram zacht. Plots hoort hij een zacht geluid. “Piep piep!” klinkt het. Daar staat een kleine robot. De robot is zilver en glimlacht lief.
“Hallo, ik ben Tikka!” zegt de robot. “Wil jij met mij reizen in de tijd?”
Bram knikt blij. “Ja, dat wil ik graag, Tikka!”
Tikka opent een rond deurtje. “Kom maar mee, Bram. We gaan samen op avontuur. Maar we moeten stil zijn, zodat we niets veranderen in de tijd.”
Bram stapt in de tijdmachine. De tijdmachine is warm en knus. Er zijn zachte kussens en gekleurde lichtjes. “Klaar?” vraagt Tikka.
“Klaar!” zegt Bram.
De tijdmachine zoemt. “Woeesh!” En ineens zijn ze weg.
Hoofdstuk 2: Op Bezoek bij de Oude Piramides
Als de deur openzwaait, ziet Bram heel veel zand. De zon schijnt. In de verte ziet Bram grote piramides. “Waar zijn we?” vraagt Bram.
“We zijn in het oude Egypte,” zegt Tikka. “Hier bouwen de mensen grote piramides van steen.”
Bram kijkt zijn ogen uit. Er lopen mensen met witte jurken en vrolijke sjaals. Ze lachen en zwaaien. “Hallo!” roept Bram.
“Hallo, lieve beer!” roept een meisje terug. Ze heet Lila. Lila lacht naar Bram. “Wil je zien hoe wij stenen dragen?”
Bram knikt. “Ja, graag!”
Samen kijken ze hoe de mensen zware stenen rollen over dikke boomstammen. “Wij werken samen,” zegt Lila. “Samen zijn we sterk.”
Bram lacht. “Samen zijn is fijn,” zegt hij.
Tikka tikt Bram op zijn schouder. “We moeten weer verder, Bram. We mogen hier niet te veel veranderen.”
Bram zwaait. “Dag Lila! Dank je wel!”
“Dag Bram! Kom je nog eens terug?” vraagt Lila.
“Misschien!” roept Bram, en hij lacht.
Hoofdstuk 3: Terug naar Huis
De tijdmachine zoemt weer. “Woeesh!” Opeens is Bram op een plek met veel hoge huizen en vliegende auto's. De lucht is blauw en er zijn vrolijke mensen. “Waar zijn we nu?” vraagt Bram.
“We zijn in de toekomst, Bram,” zegt Tikka. “Hier hebben mensen slimme uitvindingen. Kijk, daar loopt een jongen met een pratende tas!”
Bram kijkt. De tas zegt: “Goedemorgen!” De jongen lacht. “Wil je mijn vliegende step zien?” vraagt hij aan Bram.
Bram knikt, en de jongen laat zijn step vliegen. Bram klapt in zijn pootjes. “Wat knap!” zegt Bram.
“Hier zorgen de mensen goed voor elkaar en voor de aarde,” zegt Tikka. “Dat is belangrijk.”
Bram denkt aan Lila en de piramides. “Daar hielpen de mensen elkaar ook,” zegt hij. “Iedereen werkt samen.”
Tikka knikt blij. “Precies, Bram. Of je nu in het verleden bent, in het nu, of in de toekomst: samen zijn en zorgen is altijd belangrijk.”
Dan zegt Tikka: “Tijd om naar huis te gaan, Bram. Je eigen tijd wacht op jou.”
Bram stapt weer in de tijdmachine. De machine zoemt. “Woeesh!” Alles draait en draait.
Hoofdstuk 4: Weer Thuis
Bram zit weer in zijn zachte stoel. Hij kijkt om zich heen. Alles is weer gewoon. Tikka is er nog even. “Bedankt voor het avontuur, Bram,” zegt Tikka.
“Dank je wel, Tikka!” zegt Bram zacht. “Ik heb veel geleerd. In elke tijd is samen zijn fijn.”
Tikka zwaait. “Tot ziens, lieve Bram!”
Bram zwaait terug. Hij voelt zich blij en warm. “Misschien maak ik nog eens zo'n reis,” denkt Bram. Maar nu is hij thuis. En thuis is het ook fijn.
Bram sluit zijn ogen. Hij droomt over piramides, vliegende steps en lieve vrienden. Alles is goed.